Skip to main content
yz4Pc1FTiZNs8z1EhNZqocVJho7

Westerse man, welke kant gaat gij op?

 

Wilt gij een man zijn, zoals zovelen dat willen?
Wie kan mij vertellen wat een man is, anders dan zijn spieren?
Dagen zweten op het toneel is slechts een klein begin, maar lang niet het einde!
Waar is uw familie, oh westerse man?
Waar is uw loyaliteit, oh westerse man?
Waar is uw ruggengraat, oh westerse man?
Waar is uw zelfvertrouwen, oh westerse man?
Waar liggen uw principes, oh westerse man?
Waar is uw zelfdiscipline, oh westerse man?

Familie? Vanwaar de promiscuïteit, oh zogeheten ‘Alfa’?
Loyaliteit? Aan wie bent u loyaal? Niemand? U bent vrij zegt u? Vrij voor wat, vrij waarvoor? Wat is uw doel? Uw vrijheid is slechts een waan voor het leiden van een decadent leven! Zelfs langdurig een vriendin hebben kost u al moeite!
Een ruggengraat? Laat zien uw wervels en tel ze voor me! Nul zijn het er, want ze behoren toe aan een ander. Die van uzelf bent u lang verloren, toen u bang was tegen de stroom in te varen. Ze behoren aan de kudde, de kudde van de regenboog.
Zelfvertrouwen? Vertel mij wie u bent! Vanwaar de vraag om aandacht oh westerse man, bent u soms bang? Bang waarvoor? Vrees slechts u lagere gestalte, u heeft slechts erkenning nodig van uzelf, niemand anders is daarvoor nodig!
Principes? Net als de wervels die mee zijn gegaan met de stroom, zo varen uw principes. Als ik u een fortuin zou geven waarmee u mag doen wat u wil en niemand zou ooit iets te weten komen van uw daden, zou u die principes dan nog steeds aanhouden? Uw twijfel zegt genoeg.
Zelfdiscipline? Welke begeertes heeft u in toom? Welke emoties heeft u beteugeld en waar is uw vastberadenheid?

Geen van allen bezit u! Slechts een spiegel en uw verwrongen narcisme, om andere te bewijzen wie u bent. Want u heeft niks anders dan uw spieren, waarmee u zich heeft verlaagd tot de cultuur der apen.

Ik kende ooit een man, wiens karakter als dat van geen ander was.
Hij vernietigde zichzelf, telkens weer. Want daar in de toekomst, wist Hij een nieuwe te maken. Hij was de bouwer van al dat groots was in zichzelf en de vernietiger van al dat zwak was in zichzelf.
Eerst werd Hij geleid, omdat Hij zichzelf niet kon leiden.
Toen leerde Hij te luisteren, en zo ook te luisteren naar zichzelf.
Hij leerde zichzelf toen kennen en wist wat Hij ging doen. Niet omdat Hij het wilde, maar omdat het moest.
Vernietigen en bouwen, zoals een slang zijn huid afwerpt en een nieuwe krijgt. Zo liet Hij zijn zwaktes gaan, verslonden door een wil tot leven.
Vechtend tot de dood en daar voorbij, zijn eeuwige strijd was begonnen.
De strijd die nooit ophoudt, maar altijd voort zal duren.
De strijd tot zijn hogere bestaan.

Toen vroeg ik zijn naam, en Hij antwoordde:
“Hoor uzelf, en gij zal het weten”

Herakles