Skip to main content

Vergeten dichters

Zijn er alternatieven voor de gedegenereerde poëzie van tegenwoordig?

Als men aan een gemiddelde Nederlander vraagt wat de Nederlandse poëzie inhoudt, stemt het antwoord niet vrolijk. Het komt vaak neer op platte seks en gejammer over het lot van mensen aan de andere kant van de wereld. Nederlanders zouden geen grote dichters hebben die over de liefde schrijven, of een visioen vertolken over de toekomst van het geliefde eigen volk. Geen Dante, Petrarca, geen Shakespeare of zelfs een Hoffman von Fallersleben. Met een beetje geluk valt nog de naam van de zelfbenoemde vrijheidsprofeet Multatuli.

De Nederlandse poëzie zoals deze onderwezen wordt stelt ook niet heel veel voor. De nadruk ligt vooral op de zogenaamde ‘Tachtigers’. Deze literaire beweging vanaf 1880 draait vooral om een lege rebellie en een naïeve verafgoding van de natuur. Het gaat om het aanbidden van de schoonheid. De kunst is het hoogste wat er is, en is er slechts om zichzelf. In het Frans L’art pour l’art. Na de Tweede Wereldoorlog werd perversie steeds meer het thema van de poëzie. Nu was de kunst niet meer heilig, maar werd juist belachelijk gemaakt. Groepsseks en Hemaworst werden belangrijke literaire thema’s. Iemand als ‘Johnny the Selfkicker’ (gewoon Johan van Doorn) kon rekenen op serieuze aandacht.

Opvallend is dat er in het onderwijs bijna nooit gesproken wordt over de poëzie van de periode tussen 1820 en 1880. De jeugd wordt alleen maar wordt onderwezen in de poëzie van vòòr 1820 en na 1880. Dit is te begrijpen vanuit het oogpunt van de ‘progressieve’ leraren, want de poëzie uit die tijd is geheel strijdig met de moderne poëzie. Dit is namelijk de periode van de dominee-dichters. Deze begint net na de slag bij Waterloo en de stichting van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden. Deze stichting van een natiestaat, onder de heerschappij van een koning die als vaderfiguur over het volk heerste, had een grote invloed op de dichtkunst uit die tijd. De belangrijkste dichters uit deze tijd waren vooral dominees en theologen, veelal mannen uit de stedelijke burgerij. In hun gedichten overheersten twee thema’s: nationalisme en religie. Uit hun gedichten sprak trots op het vaderland, en ze gingen vaak over God en Jezus.

Deze dichtkunst werd, in tegenstelling tot latere dichtstijlen veel minder beïnvloed door het buitenland. Wel worden de gedichten gerekend tot de Romantische periode, en had de Engelse literatuur een zekere invloed. Bekende dichters uit deze tijd zijn Rhijnvis Feith, Isaäc da Costa, Nicolaas Beets, Hendrik Tollens (bekend van ‘Wien Neêrlands Bloed’, ons eerste volkslied) en Jan Frederik Helmers.

Eerst zal ik het nationalisme in hun dichtkunst behandelen. Ik begin met een voorbeeld van Nicolaas Beets:

 

Aan mijne landgenoten

Dankt allen God en weest verblijd,
Omdat gij Nederlanders zijt!
Die naam, die Eer, die Zegen
Hebt gij van Hem verkregen. 

Die Naam, bekend van Noord tot Zuid,
Schiet als een star zijn stralen uit,
En licht, wat wende of kere,
U voor op ’t pad der ere. 

Die Eer, het erfdeel van uw bloed,
Verheft uw hoofd, verhoogt uw moed.
Der Vaadren goed mocht minderen:
Hun glorie kroont de kinderen. 

Die Zegen tart de schoonste schijn,
Want schoner niet dan Vrij te zijn!
Laat Grote volken brallen:
De Vrije gaan voor allen. 

Dankt allen God en weest verblijd,
Omdat gij Nederlanders zijt!
Waar zo veel volken klagen,
Kunt gij van heil gewagen. 

Geen openbare dwingeland
Hebt gij te bieden wederstand,
Geen broederkrijg te sussen,
Geen twistvuur uit te blussen. 

Geen vijand dreigt voor grens of stad,
Geen roofzucht scheert uw akkers plat, 

Of keert, voor de open haven,
De schat der Oostergaven. 

Men ziet bij u, hoe ver men trekk’,
Geen weelde spotten met gebrek.
En weduwen en wezen
Wel treuren, maar niet vrezen. 

Als kindren van een groot gezin,
Bindt u de band der broedermin:
Laat scheuren dam en dijken,
Die band zal niet bezwijken! 

Ja, dam en dijk bezwijke en zwicht’,
Die broedermin treedt meer aan ’t licht;
Tot heling aller wonden
Wordt zij getrouw bevonden. 

Dankt allen God en weest verblijd,
Omdat gij Nederlanders zijt!
Laat nooit het bloed der Vaderen
Verbastren in uw aderen! 

Voert, voert der Vaadren eer in top,
Richt marmerzuil en standbeeld op;
Maar dat uw laatste zonen
Zich hunner waardig tonen!

 

Deze vaderlandslievende poëzie drukt blijdschap en trots uit. Nederland is een klein, maar vrij land, een land dat de tirannie niet duldt, een land waar vrede heerst, en de armen geen angst hoeven te hebben.

 

Jacob_Hobein_(1810-1888)._Redder_der_Nederlandse_vlag_onder_vijandelijk_vuur,_18_maart_1831_Rijksmuseum_SK-A-1371
Jacob Hobein (1810-1888) – Redder der Nederlandse vlag onder vijandelijk vuur, 18 maart 1831

 

Een voorbeeld van een sterk religieus gedicht komt van Willem Bilderdijk.

 

Engelen Blijmaar

Verhef u tot uw God en Vader,
Mijn ziel, tot aller Schepslen God!
Ontspringe uit dankbaar bruisende ader
De vreugd om uw gezegend lot!
De onfeilbre Godsstem had gezworen:
De Heldraak duikt de spitse kop;
En de Englen blijmaar doet zich horen:
Der volken Heiland is geboren,
De Hemel gaat de doemling op!

 

De gedichten uit deze periode kwamen voornamelijk uit de calvinistische stroming, die in het land de toon aangaf. De onderwerpen waren vooral de goedheid van God, en hoe alle aspecten van het leven (geboorte, levensloop, de dood, de liefde…) bestaan onder Zijn voorzienigheid. maar ook de twijfel aan God.

Wat opvalt is dat deze dichters zich strikt houden aan de versvormen. In tegenstelling tot tegenwoordig wordt er nauwelijks aan de vorm gesleuteld. De nadruk ligt juist op de volmaaktheid van de vorm, en de de boodschap van het gedicht. Fans van de Tachtigers en hun nakomelingen zullen deze gedichten daarom saai vinden, gewend als ze zijn aan het – in alle opzichten – emotioneel verbreken van de regels. Daardoor hebben ze geen oog meer voor schoonheid.

De onderwerpen van de gedichten zijn daarbij vaak hoopvol en ‘deftig’. Voor de dominee-dichters is ‘fatsoen’ nog geen scheldwoord, en choqueren niet de definitie van kunst. Ze maken gedichten over de liefde van God en de mooie aspecten van Nederlander te zijn. Tegenwoordig zitten we opgescheept met ‘dichters’ als Johnny the Selfkicker. Mooie teksten over blijdschap onder God en nationale trots zijn niet bon ton. De Anne Fleur Dekkers van deze tijd zullen ze zelfs wel ‘fascistisch’ vinden. Voor ons daarentegen zijn deze gedichten een verborgen schat die wij aan het licht moeten brengen, vol hoop en schoonheid die ons goed zal doen.

In dit artikel heb ik niet de gedichten ontleed of de dichttechnieken behandeld. Ik ben ook geen deskundige, maar een eenvoudige burger en Orangist. Het ging er mij om de dominee-dichters uit de donkere kelder te halen waar ze zo lang in opgesloten zijn geweest. Ik zou als nationalist falen als ik deze helden van het gedicht liet lijden onder de vloek van de vergetelheid. Ik hoop dat lezers die wanhopen aan het niveau van de Nederlandse literatuur in hun gedichten een nieuwe liefde en een nieuwe hoop mogen vinden.

Nicolaes

 

Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org

2 thoughts to “Vergeten dichters”

  1. Leuk dat je aandacht vraagt voor de dominee-dichters, maar ik begrijp niet helemaal waarom Isaäc da Costa onder de Nederlandse dichters wordt geschaard.
    Verder hebben de jaren 30 en 40 ons enkele goede Nederlandse nationaal-socialistische dichters gebracht, waaronder George Kettmann. Zijn De ballade van de dode Viking is zeer de moeite waard!

    1. Ik heb Isaäc da Costa toch in het lijstje gelaten omdat hij wel één van de grootste van het genre is, terwijl ik volledig erken dat hij etnisch niet van Nederlandse afkomst is (is wel duidelijk vanuit de naam).

      Ik heb de nationaal-socialistische dichters buiten beschouwing gelaten omdat zij door een groot gedeelte van de Nederlandse dichters’gemeenschap’ zijn onterfd, terwijl de dominee-dichters nog wel worden erkend als een gedeelte van de Nederlandse dichtkunst.

      Het lijkt mij trouwens wel interessant om over de NS-dichters te schrijven in een toekomstig artikel.

Reacties zijn gesloten.