Skip to main content
Brussels_after_the_attacks_(2)

Rouw waar woede op zijn plaats is

Eens in de zoveel tijd komt het voor; een zware aardbeving, een orkaan, een vloedgolf. Ettelijke doden om te begraven, het nieuws is grimmig gestemd. De toeschouwer past een gevoel van rouw: Niemand had dit verwacht, niemand zag dit aankomen, niemand kon er iets aan hebben gedaan. Een logische menselijke emotie, is de emotie van rouw, van verdriet. Hetzelfde vindt op kleinere schaal plaats: overlijdt plots een familielid aan een ziekte, aan een ongeval of aan ouderdom, dan heerst het verdriet. Een ander verhaal is het wanneer een familielid door een misdaad om het leven is gekomen; een logische, veel aangetroffen en bovenal gezonde reactie is om boos te zijn op de dader. De dader had niet dronken mogen rijden, had geen roofoverval mogen plegen, had eenvoudigweg niet het recht je familielid van het leven te beroven. Boosheid en verdriet zijn emoties die gepaard gaan, die de mens eigen zijn. Toch vindt er in ons huidge Europa iets heel vreemds plaats.

Aanslagen en rouw

Inmiddels is het een vast stramien geworden: Ergens wordt een aanslag gepleegd; Facebook-profielfoto’s krijgen een stemmige overlay, Twitter is gevuld met #PrayFor (vul in welke stad nu weer slachtoffer is), er worden stille tochten gehouden, #JeSuisSlachtoffer, kaarsjes worden gebrand, de Westerse wereld heet in rouw gedompeld te zijn. Frans Timmermans gebruikt de gelegenheid voor een linguïstische escapade, zoals je autistische neef de begrafenis van opa misbruikt om zijn nieuwe dichtbundel ten gehore te brengen. Mark Rutte en vele andere ertoe doende personen zeggen geschokt te zijn. Maar is dat wel zo? Een mens kan geschokt raken door een plots langsrazende trein, zoveel is waar. Maar iemand die langs een spoor woont en dagelijks meerdere intercity’s langs hoort snellen? Wanneer zo’n persoon nog iedere keer geschokt raakt door het geraas, hoe noemt men dat dan? Een term als Alzheimer rijst te boven. Bij herhaaldelijke blootstelling aan iets dat anderszins als schokkend zou moeten gelden, geschokt blijven zijn, getuigt niet van empathie, maar van geestesziekte. Toch geschiedt zo bij een herhaaldelijk voorkomen van iets dat eigenlijk niet zou mogen voorkomen; aanslagen op Europese mannen, vrouwen en kinderen.

Stelt u zichzelf eens eerlijk de volgende vraag: hoeveel heeft u gezien – puur betreffende de frequentie van de door de media op u afgevuurde beelden – van het overleden kind Aylan, dat verdronken is omdat zijn ouders weloverwogen de gevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee hebben gewaagd. En, hoeveel beelden heeft u gezien van het elfjarige kind, een doof meisje nog wel, dat op beestachtige wijze uiteengereten is door een vrachtwagen in het Zweedse Stockholm, gekaapt en bestuurd door een moslimextremist? We gaan even uit van het oude ideaal van gelijkheid. Wel, wees eerlijk, bestaat er gelijkheid tussen deze twee slachtoffers? Bestaat er gelijkheid tussen de aandacht die de media aan beide dode kinderen hebben geschonken? Laat dit even inwerken. U wilt meer? Vul voor de gein eens op Google in ‘refugee child drowned’; binnen een oogwenk zal de naam ‘Aylan Kurdi’ op uw scherm verschijnen. Er is zelfs een aparte Wikipedia-pagina voor. Vul nu, nog steeds voor de gein, op Google in ‘Swedish child truck’, toch geen gekke zoektermen als men wil weten welk kind er precies in de naam van Allah op brute wijze van het leven werd beroofd. Geen naam? Gek zeg! Het is bijna alsof er verschillende standaarden gelden. Bijna alsof men niet al te zeer aan de grote klok wil hangen dat er – beschaafde woorden ontschieten de auteur even – verdomme gewoon willig kinderen worden geofferd op het altaar van het multiculturalisme.

Maar goed, terug op het onderwerp. Na iedere aanslag, en helaas is het inmiddels al ruwweg vaste prik geworden, overheerst de toon van rouw. Van verslagenheid. Emoties die passen bij een natuurramp, een ongeval waar niemand iets aan had kunnen doen. ‘Part and parcel of living in a big city’, stelde de – overigens islamitische- burgemeester van Londen letterlijk. Het hoort erbij, zoals een incidentele orkaan erbij hoort als je in New Orleans woont of zoals een incidentele aardbeving erbij hoort wanneer je in Japan woont. Maar zijn aanslagen wel onoverkomelijk, niet te voorkomen en ‘gewoon een deel van in een grote stad wonen’? Men zou haast vergeten dat er een tijd was waarin er geen islamitische aanslagen werden gepleegd in Europese steden. Die tijd overlapte met de tijd waarin er – excusez les mots – geen moslims woonden in onze grote steden. Ergo, de aanwezigheid van moslims in onze steden weegt op tegen de incidentele aanslag die die mensen plegen; een weegschaal dus. Aan de ene kant van die schaal liggen de aanslagen, aan de andere kant het positieve dat moslimimmigratie ons brengt. Maar wat zijn die voordelen precies? Het broodje döner dat je na het uitgaan haalt? Is dat het leven van niet één, maar meerdere kinderen, op gruwelijke wijze uiteengereten kinderen, in naam van Allah, waard? Hoeveel uiteengereten kinderen wegen op tegen een broodje halfrot vlees waarvan de smaak moet worden verhuld door ettelijke grammen specerijen?

Ik wacht graag op antwoord. Heel graag. Want de eerste die mij in de ogen kan kijken en zeggen dat diversiteit best een doormidden gereden meisje van elf jaar oud waard is, die mag van goede huize komen. Vrienden zullen we waarschijnlijk niet worden, maar ik daag degene die dat debat met me wil aangaan volgaarne uit. Let wel, in dit hele artikel richt ik mij weliswaar op de moslims omdat het artikel gaat over terreur. In breder opzicht kun je je afvragen of het in stand houden van de multiculturele samenleving (moslim of niet) alle criminaliteit en verlies aan geld door allochtonen, vaak gericht tegen autochtonen waard is.

De reactie op een aanslag

Maar elf jaar is natuurlijk al redelijk oud om geofferd te worden op Merkels mensenofferaltaar. De recente aanslag in Manchester bereikte een, bij mijn weten, nieuw dieptepunt: het jongste slachtoffer was acht jaar oud toen ze uiteengescheurd werd door een spijkerbom die in naam van Allah tot ontploffing werd gebracht. Voordat we dit onderwerp aansnijden, slaan we een lesje biologie open. Iedereen die in de buurt van de Veluwe heeft gewoond, weet dat je niet in de buurt van een wild zwijn met jongen moet komen. Een dier zal, desnoods met grof gevaar voor eigen leven, het nageslacht verdedigen. Dit is logisch, want het ultieme doel van iedere levensvorm is om zijn eigen genen voort te brengen en derhalve de eigen kinderen, desnoods tot de dood, te beschermen. Een diersoort die het eigen nageslacht niet, op welke wijze dan ook, beschermt, is tot uitsterven gedoemd.

Precies hierom is de reactie, of, liever gezegd, het gebrek hieraan, van de verschillende Europese volken, intens zorgwekkend. Iedere ouder zal de toehoorder vertellen, dat men voor het kind desnoods een moord over heeft. Wel, waar is die woordelijke moed wanneer het er praktisch op aankomt? Waar zijn de woeste ouders, die eisen dat de moord op hun kinderen gewroken wordt, die eisen dat zulks niet, maar dan ook nooit weer gebeurt? Wel, ik zal het u vertellen, die is er niet. Die is onrein verklaard. In het geval van een aanslag past ons slechts droefnis, past ons slechts het treurniswekkend zingen van liederen als ‘Don’t Look Back In Anger’. Maar, we moeten juist wel met woede omkijken! We moeten juist wel die verboden emoties; woestheid, boosheid en wraakzucht laten gelden, omdat dit menselijke emoties zijn. Ons wordt verteld dat de beschaafde mens deze emoties terzijdeschuift, maar men verliest juist de mensheid, wanneer men deze essentiële en instinctieve emoties kunstmatig onderdrukt. Wanneer je dochter wordt gedood door een bevolkingsgroep die wij hier niet uit noodzaak, maar uit goedertierenheid tolereren, dan past geen andere emotie dan een onbegrensde boosheid. Iets anders is onmenselijk.

Kijk niet om met woede

Toch gebeurt het omgekeerde. Men reageert op aanslagen met een varkensachtige domheid. Een koppigheid die, wanneer correct toegepast, een enorme kracht zou kunnen zijn. Maar men kiest een andere weg; men kiest ervoor om een kracht te zien in het kunnen weerstaan (lees: tolereren) van enorme hoeveelheden onrecht. De reactie op een aanslag is dus geen woede, men vindt geen kracht in het verenigen, het samenspannen van mensen die níét willen dat andere kinderen hetzelfde gruwelijke lot treffen: men vindt waardigheid en kracht in het niets doen, in de inertie, in het tolereren van grof onrecht. Eenzelfde mate van inschikkelijkheid vindt men nog niet onder slachtlammeren, tenslotte trachten sommigen van hen nog over het hek heen te springen. Deze complete geestelijke castratie van de Europese volkeren heeft dus, getuige niet mijn mening maar helaas de praktijk, inmiddels zo’n niveau bereikt dat zelfs letterlijke kindermoord acceptabel is.

Diezelfde varkensachtige domheid die na iedere grote aanslag tentoon is gespreid, was wederom zichtbaar in Manchester. Talloze mensen maakten borden en plakkaten met daarop een bij getekend, een personificatie van de stad en zogeheten symbool van verzet. Duizenden lieten zelfs een tatoeage hiervan zetten. Een slechter symbool had niet gekozen kunnen worden. De bij laat niemand van andere afkomst bij het nest komen, waar de larven, de toekomst van de kolonie, met honing worden grootgebracht. Eenieder die het toch probeert, zal door iedere individuele bij met de zekerheid van eigen dood worden afgeweerd. Iedere bij is bereid om het eigen leven te offeren om een aanval op de jeugd en op de toekomst af te weren of te sterven in het pogen daartoe. Een groter contrast met de huidige Europeaan is niet denkbaar. We moeten opstaan. Het brein van een bij is nog niet zo groot als een speldenknop, maar toch heeft het kleine dier door dat het zijn thuis en nageslacht tot het uiterste dient te beschermen. Nooit had ik gedacht dit te zeggen, maar, waren wij mensen maar zo slim als dit domme insect.

Casper van Daelderen