Skip to main content

Lamarck als de kiem van de acceptabele -ismes.

In de 18e en 19e eeuw werd er in Frankrijk een evolutietheorie ontwikkeld die het politieke spectrum van de wereld zou veranderen. Een natuurwetenschapper genaamd Jean-Baptiste de Lamarck legde namelijk de grondslag voor wat zich zou ontwikkelen tot het moderne socialisme, communisme en liberalisme.

lamarck

Lamarckisme as biologische filosofie ontstond rond het einde van de 18e eeuw en zou later een van de biologische steunpilaren van de verlichte denkers worden. In haar essentie is Lamarckisme een vorm van het zogeheten “environmentalisme”, een stroming in de biologie die inhoudt dat alle menselijke mentale kwaliteiten, van intelligentie tot mentale stoornissen ontstaan door de “environment” oftewel de omgeving waarin de persoon zich bevindt. Zo stelt de Lamarckist dat wanneer men iedereen dezelfde kansen geeft in het leven, iedereen op hetzelfde intelligentieniveau zal zitten.

De politieke implicaties van de biologische ondervindingen van Lamarckisme waren enorm. Het idee dat men een ras van gelijke en intelligente burgers kon vormen door middel van gelijkheid in kansen sprak veel verlichte denkers enorm aan. De Franse leuze van vrijheid, gelijkheid en broederschap is dan ook grotendeels beïnvloedt door de environmentalistische stroming, aangezien het ideaal van Jacobijnen en Girondijnen was om de hoogste klassen in de Franse samenleving omver te werpen zodat het hele volk gelijkheid van kansen kon genieten en zo ieder de kans had een weg te banen naar zijn of haar toekomst, waarin alles mogelijk was mits de omgeving de persoon niet negatief beïnvloedde. Uiteindelijk werd de Lamarckistische opvatting over de mens na de Franse revolutie dan ook opgepikt door een verscheidenheid aan politieke stromingen, waaronder de liberalen en de communisten. Elk van deze stromingen had een andere interpretatie van het Lamarckistisch-biologische idee om de perfecte staat te creëren. Laten we beginnen met de liberale beweging:

Direct voortkomend uit de Franse revolutie hebben de liberalen het enviromentalisme overgenomen. De liberalen waren van mening dat men de mens zoveel mogelijk in zijn economische en politieke vrijheid moest laten zodat hij zich optimaal kon ontwikkelen. Om ervoor te zorgen dat de mens niet te veel door zijn omgeving beïnvloedt wordt, vonden de klassiek liberalen dat er een kleine regering nodig was die niet al te veel regelde zodat ieder zichzelf (vooral economisch) maximaal kon ontplooien. De kenmerken van dit systeem van Lamarckisme zijn vooral de Aristoteliaanse drang tot zelfontplooiing en de minimale overheid, vaak gecombineerd met kapitalisme in haar meest pure vormen.

De communisten waren de tweede stroming die voortkwam uit Lamarckisme. Zij waren veel radicaler dan de liberalen en hingen vooral vast aan het revolutie-ideaal van gelijkheid. In tegenstelling tot de grotendeels republikeinse liberalen, die alleen tegen de rigoureuze ongelijkheid onder aristocratie in opstand kwamen, waren de communisten van mening dat iedereen die niet tot het proletariaat behoorde in de weg stond van de zogeheten “gelijkheid” die zou optreden onder een “proletarisch regime”. Dit hield feitelijk in dat de communisten iedereen uit de weg ruimden die tegen pure gelijkheid was. Omdat het proletariaat in de communistische theorie de onderdrukte klasse in de samenleving is, bestaande uit fabrieksarbeiders, criminelen, nietsnutten en hier een daar een verdwaalde intellectueel, hadden communistische denkers grote ruimingen voor ogen. Iedereen die niet behoorde tot deze klasse: Kleine winkeliers, boeren en de rijken werd uit de weg geruimd in de naam van gelijkheid. Op een gegeven moment sloeg de communist zelfs zin hand aan de zogeheten lagere middenklasse, arbeiders die gestegen waren in de sociale rangorde en een klein gezin met genoeg eten hadden. Zij werden beschouwd als “koningen der arbeiders” en werden vanwege deze “positie met privileges” vermoord.

Hoewel alle communisten het eens waren dat absolute gelijkheid het doel was, waren er sommige groeperingen die het niet eens waren met de communistische methode van staatsvorming. Zijn splitsten zich af als anarchisten. Anarchisten bestonden al tijdens de Franse revolutie, waar zij de meest radicale tak van de revolutionaire republikeinse beweging vormden, maar na de revolutie zonken zij weer weg in de vergetelheid, tot de ideologische splitsing met communisme. Waar de liberalen van mening waren dat het mogelijk was elk mens gelijk te maken door vrijheid, scholing en een kleine regering en waar de communisten iedereen wilden neertrekken tot hetzelfde proletarische niveau door middel van een totalitaire staat, waren de anarchisten van mening dat het maar beter was als er helemaal geen staat bestond die de omgeving van het individu negatief kon beïnvloeden. Alleen in chaos en wanorde was de mens gelijk aan elkaar, want staten en naties zijn inherent hiërarchisch omdat zij geordend zijn.

Niet alleen politieke stromingen, maar ook het modern democratisch staatsbestel is grotendeels gebaseerd op Lamarckistische overtuigingen. Uitkeringen en welvaartsstaten zijn typisch environmentalistische ideeën, net als etnische quota’s of genderquota’s. Men gaat er immers van uit, in de moderne democratische staat, dat de ene mens niet te onderscheiden valt van de andere mens en dat alle problemen veroorzaakt worden door de culturele, sociale of etnische omgeving. Quota’s zijn volgens de democraat een goed middel om de verschillen in omgeving tussen rassen en seksen te minimaliseren. Zo spreekt men over “racisme dat de niet-blanken terughoudt” en beweert men dat de gemiddelde Afrikaan net zo slim is als de gemiddelde Europeaan, maar dat hij dom lijkt omdat zijn omgeving hem als het ware in bedwang houdt. Deze obsessie van de westerse democratie met gelijke kansen is eigenlijk gebaseerd op een obscure biologische theorie uit de 18e eeuw.

Niet alleen regeringen zijn echter gegrepen door het Lamarckistisch virus, ook universiteiten zin in de ban van de omgevingsleer. In vrijwel alle universitaire studies weet men de boodschap te proppen dat alle mensen een tabula rasa zijn en dat falen van de mensheid niet de schuld is van biologische factoren zoals IQ of genen, maar te maken heeft met sociale en culturele abstracties zoals “de instituties” of “de politieke situatie”. Ik zal een voorbeeld geven van een faculteit economie. Hier kwam laatst ter sprake hoe het onmogelijk lijkt voor Afrikaanse naties om een fatsoenlijke economie op te bouwen. Gelijk vliegen de Lamarckistische verklaringen je om de oren: “het komt door de kolonisatie”, “het komt door de corrupte politici”. Niemand echter stelde genetisch gebaseerde vragen. Wellicht zijn Afrikaanse naties zo arm omdat de gemiddelde Afrikaan een IQ heeft van onder de 85, of omdat Afrikanen matriarchaal zijn, wat de opbouw van een sterke staat verhinderd.

Aan het begin van de 20e en het eind van de 19e eeuw stelden biologische wetenschappers al dezelfde politieke en filosofische vragen als men in de Alt-rechts beweging nu stelt over herediteit en genetica. Mensen zoals Madison Grant en Lothrop Stoddard baseerden zich op darwinistische filosofieën die de theorieën van Lamarck aan de kant schoven en bewezen dat natuurlijke selectie bepaald wie superieure en wie inferieure mentale of fysieke capabiliteiten bezit. Zij bedachten een vorm van neo-aristocratie waarin men zich niet druk zou maken om de invloeden van de omgeving op de persoon, en waarin men niet de ouderwetse mening aanhing dat uitkeringen arme mensen zouden helpen, maar waarin men die personen in de samenleving met superieure kwaliteiten zou stimuleren tot sneller voorplanting terwijl men het aantal “inferieure” personen (de mensen die zwak van lichaam, zwak van geest, weinig intelligent, gestoord of psychopaat waren) langzaam zou verminderen.

Natuurlijk waren de politiek en filosofische implicaties van genetica een doorn in het oog van de egalitaire democratische cultus die zich opgebouwd had in de westerse samenleving. In de praktijk werd de genetica dan ook breed genegeerd door zowel communistische als democratische regeringen. Nu Alt-rechts de genenkwestie weer volop in het licht brengt, is het de vraag: blijven onze regeringen vasthouden aan een 18e-eeuws vals riedeltje of willen zij de implicaties van genetisch onderzoek onder ogen zien?

Sagittarius