Skip to main content

Is het Boeddhisme ons vreemd?

Enige jaren geleden vroeg een christen aan mij: “ Je bent boeddhist? Waarom een religie van zo ver weg en niet van hier?

Vanuit christelijk perspectief misschien een goede vraag, maar klopt dit? Christendom komt niet uit de Hollandse polder maar uit het Midden-Oosten en is afkomstig van een volk waar Nederlanders en Europeanen niet mee verwant zijn. De leer van de Boeddha komt natuurlijk ook niet uit onze mooie polders maar is minder exotisch dan je zou verwachten. Laten we terug in de tijd gaan om de Indo-Europese wortels van het boeddhisme te bekijken.

De Boeddha leefde 2500 geleden in wat we vandaag Noord-India en Nepal noemen. De raciale samenstelling van India toen verschilt met de hedendaagse. Om dit te begrijpen moeten we nog iets verder terug in de tijd gaan, tot 1500 v.Chr. In deze tijd bestond er al een beschaving in dit gebied namelijk de Indusbeschaving. Deze beschaving kreeg rond 1500 v.Chr. te maken met de komst van een volk dat we de ‘Ariërs’ noemen. Dit blanke volk was een Indo-Europees en was van oorsprong afkomstig uit de Kaukasus. De Indo-Europeanen waren vanuit de Kaukasus in verschillende richtingen gemigreerd. Een groep ging naar Europa en vermengde zich met de daar voorkomende volkeren, terwijl een ander deel richting Iran, Afghanistan en later India trok.

De groep die in India terechtkwam, was in religieus opzicht al een zeer ontwikkeld volk. Hun ‘Rishi’s’ of ‘zieners’ legden de grondslag voor de geschriften die ‘Veda’s’ genoemd worden en deze vormen de basis van wat we vandaag de dag Hindoeïsme noemen. De veroveraars deelden de maatschappij in in 2 groepen: De Arya varna en de Dasa varna. Het woord varna betekend kleur. De blanke Ariërs behoorden tot de Arya varna en de donkere Dravidiërs tot de Dasa varna.

Later ontstonden hieruit 4 groepen:

1 Brahmanen oftewel de priesterklasse

2 Kshatriyas oftewel de krijger/bestuurdersklasse

3 Vaishyas oftwel de vrije boeren en handelslieden

4 Shudras oftewel de werkers

De priesterklasse en de krijgerklasse waren alleen gereserveerd voor de Indo-Europeanen. Dit systeem, nu bekend als het kastenstelsel, was dus een raciaal scheidingssysteem.

De Boeddha…..een Indo-Europeaan?

De oudste boeddhistische geschriften noemen we de Pali-canon. Dit zijn mondeling overgeleverde leerreden van de Boeddha en enkele van zijn belangrijkste volgers. Rond 100 v.Chr. werden deze opgeschreven. In de Pali-canon vinden we meer informatie over de Boeddha’s achtergrond. De Boeddha behoorde tot de krijgerskaste en moest dus Indo-Europees zijn.

Maar hoe zag de Boeddha eruit? In ieder geval niet bijzonder opvallend, want er zijn verschillende leerreden ( suttas ) waarin de Boeddha niet herkend word ( oa. MN 140, DN 2 ). De Boeddha was lang, net als zijn halfbroer Nanda, maar niet extreem lang. In het boek van de lange leerreden ( DN 13 ) worden 3 huidskleuren beschreven: zwart, bruin en goudkleurig. In andere delen van de Pali-canon lezen we dat de Boeddha een goudkleurige huid heeft en dus niet bruin ( zoals de huidige Indiërs ) of zwart is. Tevens worden zijn ogen als zeer blauw beschreven.

Het is niet precies te zeggen hoe de Boeddha er precies uitzag vanwege de rassenvermenging in het gebied waar hij leefde, maar het lijkt erop dat hij overwegend, of misschien wel nog geheel Indo-Europees was. Uit de Pali-canon kunnen we ook opmaken dat ruim de helft van de monniken uit mensen van de krijger-en priesterklasse stamden en dus overwegend Indo-Europees waren. Dit was tevens de bloeitijd van wat we nu het boeddhisme noemen.

Verval en nieuwe inspiratie

De Boeddha en zijn leer zijn dus afkomstig, en stevig verankerd, in het Indo-Europese erfgoed. De Boeddha deed een opvallende voorspelling: “De ware leer zal 500 jaar bestaan”. Dit betekent dit dat het verval al begint voordat deze 500 jaren voorbij zijn, en inderdaad: zodra de Boeddha was overleden begon het verval van zijn leer en ‘sangha’ ( gemeenschap ). Binnen de kortste keren vonden er vele afsplitsingen plaats.

Monniken begonnen ook met het schrijven van commentaren op de leer van de Boeddha en deze commentaren werden steeds abstracter en vaak zelfs regelrecht stompzinnig. Een extreem abstracte en onjuiste poging om de Boeddha’s leer in woorden te vatten waren de Abhidhamma-geschriften die niettemin later deel gingen uitmaken van de Pali-canon. De Oostenrijkse vertaler Karl Eugen Neumann noemde de monniken die deze commentaren schreven: ‘zwakzinnige nietskunners’. Dit klinkt misschien erg hard maar boeddhisten worden geacht de waarheid te spreken en de waarheid is soms hard.

Een interessante verklaring voor de teloorgang van de leer wordt geleverd door Max Hoppe ( 1907-1992 ), een Duitse boeddhist en tientallen jaren een leider en leraar van de Altbuddhistische Gemeinde. Volgens hem gingen veel commentaren niet alleen in tegen de leer van de Boeddha, maar ook tegen de Indo-Europese geest. Hieruit maakte hij op dat naarmate het boeddhisme zich uitbreidde er ook steeds meer niet-Indo-Europese invloed in het boeddhisme kwam en dat dit zorgde voor de teloorgang van de leer.

Een mysterieuze vreemdeling

Rond 500 n.Chr., ongeveer 1000 jaar nadat de Boeddha was heengegaan, was zijn leer al verspreid over grote delen van Azië, waaronder China. Ook daar kon de leer een nieuwe impuls gebruiken en dat gebeurde toen daar een mysterieuze vreemdeling opdook met een wilde rode baard en felblauwe ogen (!). Zijn naam was Bodhidharma. We weten verder eigenlijk vrij weinig over hem. Over zijn afkomst verschillen de meningen. Oude bronnen noemen India of soms ook Perzië, beiden gebieden met Indo-Europese invloed, wat Bodhidharmas uiterlijk zou verklaren. India zou ook kunnen, omdat hij uit de priester-of krijgerkaste zou stammen, die nog sterk onder Indo-Europese invloed stond, ondanks de opkomende rassenvermenging.

Maar wat heeft deze monnik gedaan? Het Boeddhisme was te intellectueel geworden en Bodhidharma leerde de monniken weer om de nadruk op meditatie te leggen. Hieruit ontstond het Chinese Chan-Boeddhisme, dat vandaag de dag vooral bekend is onder zijn Japanse naam ‘Zen’. Ook wordt Bodhidharma genoemd als de grondlegger van de krijgskunst Kung Fu.

Europa…..een korte opleving.

Na 2300 jaar kwam de leer van de Boeddha tenslotte aan in Europa. Al begin negentiende eeuw noemde de beroemde filosoof Arthur Schopenhauer zich een leerling van de Boeddha. In dit artikel wil ik niet de gehele geschiedenis van het Boeddhisme in Europa vertellen maar me concentreren op Dr. Georg Grimm (1868-1945), een rechter uit Beieren, en zijn Altbuddhistische Gemeinde.

Grimm gaf namelijk de leer van de Boeddha een frisse impuls door terug te keren naar de oorsprong van het Boeddhisme. Dat was nodig, omdat er zo veel stromingen waren ontstaan in de voorgaande 2400 jaar en de oorspronkelijke geest van de leer van de Boeddha vrijwel verloren was gegaan.

Grimm was niet alleen een geleerde, maar ook een daadwerkelijke beoefenaar van de leer. Hij baseerde zich uitsluitend op de oudst bekende geschriften, namelijk de Pali-canon ( die hij in het Pali kon lezen ). Maar Grimm ging een stap verder en bestudeerde in het oorspronkelijke Sanskriet de ‘Upanishaden’, filosofische geschriften die we tegenwoordig als Hindoeïstische geschriften zouden aanduiden. In de Boeddha’s tijd bestond weliswaar het Hindoeïsme zoals we dat tegenwoordig kennen nog niet, maar het Hindoeïsme is wel direct uit de Vedische cultuur voortgekomen. Daardoor kon Grimm beter begrijpen uit welke religieuze cultuur de Boeddha kwam. Dit klinkt nu logisch, maar alle Aziatische kloosterorden waren dit in feite uit het oog verloren, wat een “verminking” van de oorspronkelijke leer tot gevolg had. Bovendien had iedere cultuur waar het Boeddhisme gekomen was er een diepgaande invloed op uitgeoefend.

Dankzij Grimm kon het Boeddhisme eindelijk worden ontdaan van veel ballast die door de eeuwen eraan was toegevoegd, en kon men terug naar de basis van ethiek en meditatie. Grimms leerling Max Hoppe schreef over hem:” Mir ist es gewiss, dass der arische Riesengeist des Buddha in unserer Tagen wieder durch einen Arier klar erfasst worden ist”. Heden zijn Georg Grimm en zijn Altbuddhistische Gemeinde (1921-2002) bijna vergeten, maar zijn boeken bestaan nog. ‘Die Lehre des Buddho’ uit 1915 is het standaardwerk van Grimm, in het Engels verkrijgbaar als ‘The doctrine of the Buddha’.

Een andere interessante Europeaan die zich met het Boeddhisme heeft beziggehouden is de Italiaanse Traditionalist Julius Evola (1898-1974). Ook Julius Evola keek met een frisse blik naar het Boeddhisme en wel vanwege het feit dat hij uit dezelfde ‘kaste’ kwam als de Boeddha. Julius Evola was een aristocraat met een militaire achtergrond, net als de Boeddha.

Tot slot

Om terug te komen op de titel van dit artikel: is het Boeddhisme exotisch? We hebben gezien dat de Boeddha van Indo-Europese afkomst was, zowel qua afstamming als cultuur. De leer van de Boeddha was eigenlijk nauwelijks iets nieuws maar diep geworteld in de toenmalige Indo-Europese cultuur. Door de invloed van niet-Indo-Europese, Aziatische elementen raakte het Boeddhisme steeds in verval. Het waren Indo-Europese boeddhisten zoals Bodhidharma en Georg Grimm die het boeddhisme weer nieuw leven inbliezen. Misschien is het Boeddhisme toch niet zo exotisch voor ons Europeanen…
 
Manissaro
 

– Bijeenkomsten –

Elke maand organiseert Erkenbrand bijeenkomsten waar schrijvers en lezers van Erkenbrand elkaar kunnen ontmoeten. We streven naar een discussie op niveau en naar gezelligheid. Meer informatie vind je hier.

 
Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org