Skip to main content

Ezra Pound over geld

We zijn nooit ver verwijderd van geld. We spenderen het grootste deel van onze tijd en energie in de zucht naar geld. Hoe is geld een middel geworden tussen mensen en de wereld om ons heen? Waarom heeft geld het ruilen vervangen en wie is de beheerder van geld?

Dit zijn gevaarlijke vragen om te stellen: ze hebben de dichter Ezra Pound twaalf jaar van zijn leven gekost. Pound was een slachtoffer van een politieke hetze die werd bedreven door machtige financiers en hun pionnen zoals Franklin Delano Roosevelt. Deze mensen vreesden Pound omdat hij zich hardop afvroeg waar geld voor bedoeld was en naar voren trad met een onwelgevallig antwoord.

Pound begreep dat geld in de kern niets meer is dan een wisselbon. Mensen die iets produceren (als in: fysieke of mentale arbeid verrichten die leiden tot het ontwerpen en/of creëren van een tastbaar en verhandelbaar product) kunnen eenvoudiger handel drijven met andere mensen die iets produceren d.m.v. geld. Om die reden zou de hoeveelheid geld gelijk moeten zijn aan de hoeveelheid verhandelbare producten in omloop. Een andere manier om dit te formuleren zou de volgende zijn: de geldvoorraad zou moeten toenemen en afnemen in relatie tot veranderingen in de totale economische productie (Engels: output).

Daar ligt het addertje onder het gras: als de geldvoorraad sneller toeneemt dan de hoeveelheid producten die gemaakt worden dan vindt er ergens in de keten diefstal plaats. De dief in kwestie schept vreemd ofwel vals geld op basis van gebakken lucht en geeft deze eerst uit: precies wanneer de rest van de bevolking verwacht dat een euro een bepaalde, zekere waarde vertegenwoordigd. Tegen de tijd dat het vreemde geld is opgenomen in de economie, komt men erachter dat onze euro’s minder kunnen kopen dan we dachten. Dit is, in het kort, wat bedoeld wordt met inflatie. De dief heeft een greep gedaan in onze spaarrekening d.m.v. een prullen wisselbon.

Wat gebeurt er wanneer de geldvoorraad afneemt in relatie tot de hoeveelheid producten die gemaakt worden? In dat geval heeft geld een andere herkenbare eigenschap. Producten zijn niet altijd ontworpen om langdurig mee te gaan. Neem als voorbeeld brood. Een bakker moet zijn broden, m.a.w. zijn producten binnen enkele dagen verkopen, anders zijn ze niets meer waard omdat er schimmel op het brood zit. Geld wordt niet geremd door zulke beperkingen. De dief waar ik het eerder over had is in staat geld op te sparen totdat de broden van de bakker oud zijn, om vervolgens zijn bakkerij over te nemen tegen een bodemprijs.

De dief in voorgaande beschrijvingen heeft een speciale positie in de maatschappij: hij beheert de geldvoorraad en ook de voorraad van toekomstig geld die we ook wel krediet noemen. Het beheren van de geldvoorraad is een economische kracht op zich, het is een privilege. De mensen die daadwerkelijk over een land heersen zijn de mensen die de geldvoorraad beheren.

De kritiek van Pound op de financiële bovenklasse richtte zich op het feit dat deze klasse slechte heersers zijn. Ze beheren geld voor hun eigen gewin: het is geboefte. De geschiedenis kent genoeg voorbeelden van goede heerschappij waarbij de geldvoorraad gecontroleerd werd door centrale of decentrale overheden, die op hun beurt weer werden gecontroleerd door hun bevolking.

Pound ontdekte de inhalige, parasitaire aard van de internationale financiële wereld en hun innige band met politici in nationale overheden. Pound had daarom interesse om oplossingen te zoeken die de macht van de internationale financiële wereld zou kunnen breken. Om die reden bestudeerde hij o.a. de werken van Silvio Gesell.

Een van de ideeën van Gesell was om de ongelijkheid tussen geld en beperkt houdbare producten te doen verdwijnen. Een manier om dit te doen is om grote rekeningen over een langere tijd uit te betalen: de betaler zou iedere maand voorzien worden van een stempel waarmee een vooraf afgesproken hoeveelheid van de betaling als verrekend wordt beschouwd. Op deze manier worden mensen d.m.v. hun gedrag verantwoordelijk voor hun acties in relatie tot geld.

Gesell was van mening dat de economie als een lichaam is en geld fungeert als bloed. Wanneer bloed zich ophoopt in bepaald deel van het lichaam, dan treedt er ziekte op. Gesell’s verdisconteerde rekeningen voorkwamen dat mensen elkaar uit gingen buiten omdat anderen minder vermogend waren.

Gesell’s voorstel werd ingevoerd in Alberta, Canada en Wörgl, Oostenrijk. In Canada bleek het door logistieke problemen (die te verhelpen waren) geen succes. In Wörgl werkte het echter zeer goed. Dit leidde ertoe dat de grootfinanciers het initiatief kapotmaakten.

Deze grootfinanciers wilden hun belangen beschermen. Ze profiteerden enorm van de toenemende productiviteit van de maatschappijen die ze leegzogen. Pound zag niet in waarom lid zijn van een bankiersfamilie, of het omkopen van politici zou moeten leiden tot privileges. Pound stond erg sympathiek tegenover het idee dat mensen die werken de vruchten van hun arbeid mogen plukken. Dít was de oorspronkelijke betekenis van sociaal krediet: door werkmatige inspanning het leven verbeteren. Met andere woorden, arbeid en geld als middel gebruiken voor maatschappelijke mobiliteit.

Gedurende de jaren ’30-crisis klonk de roep om de gouden standaard (geld gedekt door de waarde van goud) steeds luider. Voorstanders van de gouden standaard zijn doorgaans afkomstig uit de Oostenrijkse School van de Economie en vindt ook een enthousiast gehoor bij libertarische en anarchokapitalistische individuen en bewegingen. Pound schreef het nodige over geld gedurende de voornoemde crisis. Hij was een fel tegenstander van de gouden standaard. Hij begreep hoe eenvoudig het is om een economie gebaseerd op de gouden standaard te ondermijnen. De grootfinanciers zouden vlak voor de overstap veruit het grootste deel van het goud opkopen en daarmee wéér de meesters van de wereld zijn.

Pound stelde het volgende:

De truc is simpel. Wanneer de Rothschildfamilie of anderen in de goudindustrie goud in bezit hebben dat ze willen verkopen, dan verhogen zij de prijs. Het publiek wordt gelijktijdig misleid door propaganda over waardevermindering van de munt. Het argument wat gebruikt wordt, is dat de hoge prijs van de munt schadelijk is voor de handelspositie van het land.

Wanneer de natie, waarmee ik bedoel de bevolking van de natie het goud bezitten en de grootfinanciers bezitten de valuta, dan wordt de gouden standaard hersteld. Hierdoor stijgt de waarde van de munt en zodoende wordt de bevolking beetgenomen.”

De gouden standaard was en is populair onder bankiers omdat de voorraad van goud onregelmatig toeneemt maar gemiddeld genomen trager groeit dan de groei van de bevolking. Dit houdt in dat de waarde van leningen stapsgewijs toeneemt en daarmee de betalingsdruk op de lenende mensen in kwestie.

Om te voorkomen dat de bevolking van andere landen bedrogen zou worden steunde Pound het fascisme in Italië. Hij steunde het daarentegen nooit in de VS. Zoals veel Amerikanen, was Pound een groot bewonderaar van de Grondwet van de Verenigde Staten. Het past bij de Amerikaanse bevolking. Pound was van mening dat het fascisme op haar beurt goed paste bij de Italianen. Hij zag het als de enige ideologie die de Italianen kon beschermen tegen de grootfinanciers en hun belangen. Het vaak herhaalde idee dat Ezra Pound een geharnaste fascist was strookt niet met de werkelijkheid.

Pound stelde:

De definitie van een idee, zoals geobserveerd door iemand die de gebeurtenissen van de dag begrijpt, kan mogelijk meer licht doen schijnen op de historie dan vele boeken.”

Historie, zoals gezien door de monetaire econoom, is een voortdurende strijd tussen makers en zij die willen verdienen aan het optuigen van een vals systeem van boekhouders om de makers te beroven van de vruchten van hun arbeid.”

De woekeraars handelen door fraude, valsheid in geschrifte en waanbeelden. Wanneer deze methoden niet blijken te werken, laten zij een oorlog uitbreken. Alles in ons huidige economische systeem is afhankelijk van monopolie en schaarste. De woekeraars gedijen in de monetaire monopolie, gebaseerd op een illusie.”

Pound identificeerde zodoende het rottingsproces in het Amerikaanse leven: het verbond tussen overheid en haute finance om de bevolking middels zwendel van haar geld te ontdoen. Samen vormen deze entiteiten de monetaire monopolie. In het economische systeem zoals we dat kennen zijn monopolies enkel mogelijk met stilzwijgend goedkeuren van de overheid. Dit is een proces wat al langer gaande is. In de VS al sinds de Amerikaanse Burgeroorlog.

Historisch gezien werd bankieren gedaan door families. Toen deze familiebedrijven groeiden en kwitanties voor goud en zilverdeposito’s afgaven bedachten zij het fractioneel bankieren. Dit komt erop neer dat er meer kwitanties in omloop zijn dan dat er daadwerkelijk geld of goud en zilver is. Slechts een deel, een fractie dus, van het geld is daadwerkelijk gedekt door iets wat waarde vertegenwoordigd.

Dit is een zeer risicovolle bezigheid, waardoor de koningen uit het verleden zich er niet mee bezig wilden houden, uit gevaar om hun macht te verliezen door financiële problemen. In plaats daarvan werden bankiers belast met deze taak, wat koningen en/of parlementen afhankelijk maakte van deze bankiers, met name voor het aanvragen van leningen. De macht van deze bankiers nam toe en daarmee ook de afhankelijkheid van de troon of het parlement. Dit leidde tot de oprichting van centrale banken. Hoewel centrale banken nogal eens worden afgeschilderd als economische autoriteit van een land, of in het geval van de Europese Centrale Bank, de Wereldbank of de Bank voor Internationale Betalingen (de centrale bank van de centrale banken) de economische autoriteit van meerdere landen is niets minder waar.

Centrale banken zijn monopolies met de macht om grootte van de geldvoorraad te bepalen dankzij fractioneel bankieren, het heffen van belastingen, het heffen van rente, uitgifte van de nationale munt en betaalbiljetten en het verkopen van schulden van een land.

Het verkopen van schulden is een interessante. Eenvoudig gesteld komt het erop neer dat schulden (op staats, organisatie of individueel niveau) verkocht worden aan een externe partij. Deze partij koopt (een deel van) het recht om de schuld op te eisen van de oorspronkelijke schuldeiser (vaak een bank). Doorgaans hoeft deze externe schuldeiser niet eens de volledige schuld uitbetaald te krijgen. Zolang ze maar een betaald percentage kunnen innen dat hoger ligt dan het aankoopbedrag van de schulden zijn ze tevreden met hun winst. Zeker in de VS was er voorafgaand aan de crisis die startte in 2007 o.a. een enorme handel in schulden. Ook in Nederland gebeurt dit veel. Nederlanders hebben enorme schulden m.b.t. de hypotheek op hun huis, het welbekende “onder water staan” van huizen. Schulden als handelswaar zien en daarmee in feite geld als een product zien belichaamt bij uitstek wat er mis is aan het economische systeem. Het is spelen met valselijk opgepompt casinogeld.

In de raad van bestuur van centrale banken nemen o.a. private bankiers zitting. Dit geeft hen toegang tot vele voordelen. Niet alleen kunnen de bankiers geld lenen tegen betere voorwaarden, ook krijgen ze eerder dan wie dan ook informatie over wanneer er positieve of juist negatieve economische ontwikkelingen zich voordoen. Dit stelt de bankiers in staat om te gokken op de uitkomsten van oorlog en economische crises door de financiële status van de betrokken landen te bestuderen. In het verleden, wanneer de oorlog iets te eenzijdig verliep, of er nog meer verdienmogelijkheden waren bij het rekken van de oorlogsduur, financierden de grootbankiers meerdere oorlogvoerende landen.

Pound zag twee grote bedreigingen voor de internationale bankiers. Beiden ontstonden in Duitsland met de opkomst van de NSDAP. Duitsland schafte allereerst de gouden standaard af, waardoor het land de mogelijkheid kreeg om te voorkomen dat in een financiële default-situatie terecht zou komen. Ten tweede startte Duitsland vele infrastructurele projecten, waarvan de Autobahn de meest bekende is. Deze projecten werden direct door de staat betaald en geleid. Vele handen waren nodig waardoor de werkloosheid zienderogen afnam. Arbeiders, aannemers en leveranciers werden uitbetaald in wisselbrieven i.p.v. dat er geld geleend werd bij de banken. Deze aanpak bleek enorm succesvol. Gottfried Feder, civiel ingenieur en auteur van onder meer ‘Kampf gegen die Hochfinanz’ was het brein achter deze economische methode. De uitbetaling met wisselbrieven zou, wanneer dit zou verspreiden over de wereld, bankiers net zo machtig maken als bijvoorbeeld loodgieters.

Zolang de voorraad van deze wisselbrieven gelijk zou lopen aan de toename van bruto nationaal product en toekomstige arbeidsproductiviteit hoefde er geen inflatie te ontstaan. De wisselbrieven waren in feite waardebonnen voor een bepaalde mate van arbeidsproductiviteit en daarmee in feite een vorm van ruil. Onverdiend inkomen, d.w.z. geld verdienen zonder hierover mentale of fysieke arbeid te verrichten werd zoveel als mogelijk uitgebannen. Om dezelfde reden werd ook enkel het broodnodige aan rente en belastingen geheven.

Feder noemde in zijn boek belasting diefstal. Zowel bij rente als belastingen gaat op dat er deels geld verloren gaat door het verplaatsen van geld van de ene naar de andere rekening. Dit is vergelijkbaar met het geld wat aan de strijkstok blijft hangen wanneer er aan goede doelen wordt gedoneerd. In deze tijd verloren de bankiers de controle over de geldvoorraad en de mogelijkheden om bankruns en economische depressies te orkestreren. In de moderne geschiedenis was er nooit eerder en nooit meer sindsdien zo’n acute bedreiging van het internationale economische systeem zoals we dat kennen. Duitsland verloor WOII, waarmee het experiment om gevrijwaard te worden van de banken tot een halt werd geroepen. Hiermee bleef de innige band tussen overheid en grootfinanciers behouden, ten koste van vele miljoenen onschuldige doden.

Laat u niet misleiden. Van een vrije markt is geen sprake. Het betreft hier socialisme voor de rijken. Ze kennen geen andere manier om geld te verdienen. Competitie is een zonde in hun ogen, al laten ze de mensen onder hen graag onderling vechten en kromliggen voor een paar centen extra. Het is een systeem wat zichzelf in stand houd: overheden creëren monopolies of laten deze ontstaan, waardoor de overheid afhankelijk wordt van deze monopolies. Deze monopolies oefenen veel controle uit op de overheid maar zijn niet immuun voor gevaar. De monopolies genieten daarom veel bescherming o.b.v. wetten die door de overheid zijn opgesteld. Dit laatste is echter lang niet altijd het geval, ik raad u hiervoor aan de geschiedenis van de Federal Reserve Act te bestuderen. Een wet die geheel is opgesteld door machtige bankiers.

Besef wel, net als Ezra Pound dit deed, dat de bevolking in grote mate zelf verantwoordelijk is voor de bizarre situatie waarin we zitten. Wij hebben de controle over de geldvoorraad zelf uit onze handen gegeven omdat deze taak verantwoordelijkheid en kennis vereist. Het is veel makkelijker om dit door iemand anders te laten doen, zelfs al is deze ander immoreel en kijkt hij of zij op het ‘gewone volk’ neer. We hebben met z’n allen gestemd op politieke partijen die de controle over geld uitverkocht hebben aan de financiële elite. Vervolgens heeft deze elite de middelen om via de media en het onderwijs ons nog verder in slaap te sussen en lui te maken. Daarom hoort u ook nooit over andere economische mogelijkheden dan de huidige.

Staan wij dit nog langer toe?

Isengrim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.