Skip to main content
2006-03-25 - United Kingdom - England - London - Nude Woman - Boring Building - Black and White

Dit zal dat doden

Een veelgebruikt argument van velen heden ten dage is dat de wereld continu in verandering is. Het zou inhouden dat verandering per definitie iets is wat moet worden toegejuicht. Verandering zou niet gestuurd kunnen worden, dus is het beter dit maar te ondergaan stellen dezelfde mensen. Een parafrase naar boek V, hoofdstuk II van de Klokkenluider van de Notre Dame van Victor Hugo werpt licht op deze discussie.

picture-4

Gedurende een lange tijd in de wereldgeschiedenis, was architectuur, gevolgd door de beeldhouwkunst en schilderkunst de belangrijkste kunstvorm in meer ontwikkelde beschavingen zoals die zich in Europa ontwikkelden. Via de drie genoemde kunstvormen waren de diverse Europese volkeren in staat om uiting te geven aan hun geloof in (een) God(en) en hun kijk op de wereld te voorzien van vorm, warmte, textuur en kleur. Dit proces was dualistisch: Grootse kunst was een uiting van het volk waar het uit voort kwam, andersom gaf een monumentaal kunstwerk weer expressie aan een volk.

Zonder een waardeoordeel te willen vellen, of de ene kunstvorm boven de andere te willen plaatsen is het een juiste stelling dat gedurende lange tijd architectuur de grootste triomf van een beschaving betekende. De architectuur was het register van de mensheid. Geld, gereedschap, bouwmateriaal en competente werkmannen waren een stuk schaarser dan nu het geval is. Een doek was en is qua factoren tijd en ruimte doorgaans makkelijker te realiseren dan een kathedraal. Bovendien kan architectuur i.t.t. schilderkunst en beeldhouwkunst ook nog voor functionele doeleinden worden toegepast: Fysieke afbakening van de familie-eenheid, beschutting voor weersomstandigheden, het praktiseren van (religieuze) rituelen, verenigingsvorming en wat dies meer zij.

De eerste bouwwerken waren eenvoudige klompen steen. In zeer vroege culturen is er om die reden nogal eens een onbedoelde gelijkenis tussen bouwwerken, zonder dat er enig contact tussen die culturen is geweest. De mens wist zich echter te ontwikkelen. In bepaalde gebieden beduidend meer dan elders. Stenen werden met de hand en primitief gereedschap ditmaal complexer vormgegeven. Stenen kwamen rechtop te staan, of juist dwars. Een verbinding van stenen maakten een daadwerkelijk bouwwerk. Symbolen werden uitgehakt in de gebouwen, waarmee ideeën werden vertolkt. Naarmate de mens zich ontwikkelde, ontwikkelde ook de architectuur zich. Men kon zich in iedere deur, vloer, muur en plafond herkennen, want de architectuur kwam voort uit de overlevering van ideeën die leefden onder een specifieke bevolking. De architectuur was hét middel tot binding en overdracht van een bevolking.

Nagenoeg iedere beschaving begint als een theocratie en eindigt als democratie. De theocratie heeft Europa georganiseerd en geordend uit de ruïnes van pre-Christelijke beschavingen. God en kerk zijn in verval geraakt, de liberale democratieën kwamen op en sinds die tijd is Europa hard op weg richting afbrokkeling en eindtijd.

Het verstand heeft het geloof ondermijnd. Hiermee doel ik niet enkel op geloof in de zin van geloven in God(en), maar ook het geloof in het eigen volk en daarmee de eigen cultuur, ideeën en omgeving. Het vrije denken, het denken dat niet gebonden is aan deze eigenheden, het denken dat zich niet conformeert ondermijnt zowel symboliek als samenleving. Het is een dissonante kracht die enkel vernietiging in zich heeft. Ideeën verzwakken, symbolen eroderen, samenhang vervalt, eigenheid verdwijnt.

Vrijheid en volksbeweging leven historisch gezien op gespannen voet. Volksbewegingen komen tot stand om nieuwe concepten te bewerkstelligen. Inderdaad, nieuwe concepten. Wat oud is, is geweest, en komt nooit meer terug. Alles is vergankelijk, dus kan er niets worden geconserveerd. Enkel verandering en vooruitgang hebben het eeuwige leven.

Ongeacht oorzaak, doel en functie zijn alle volksbewegingen gewapend met een eigen volk, cultuur, symboliek en ideeën binnen een bepaalde omgeving. Volksbewegingen willen ten alle tijden hun eigenheid opleggen en daarmee de vrijheid wegmoffelen of stukmaken. Hiervoor hoeft men enkel te kijken naar de kruistochten en een rijk historisch assortiment aan revoluties en revoltes. Volksbewegingen doen het gezag wankelen en de eenheid splijten.

Vrijheid daarentegen is evenzeer opeisend van aard. Zij is dwingend en alomvattend. Vrijheid sust in slaap omdat niets meer hoeft en alles mag. Vrijheid vereenzaamt via individualisering. Vrijheid is onachtzaam ten aanzien van familie, vereniging en volk. Vrijheid is apathie. In een vrije wereld waarin alles is toe te eigenen en alles inwisselbaar is, is er niets meer wat werkelijke betekenis heeft. Vrijheid breekt met mysterie, mythe en wet. In andere woorden, vrijheid breekt met wortels c.q. traditie. Vrijheid is ten alle tijden de overwinnaar van het gevecht met de voorafgaande tijdgeest.

Dit gebeurde ook met de kunsten: De kerk viel in handen van de burgerij en daarmee de vrijheid. Architectuur werd het domein van kunstenaars i.p.v. de bisschop. Fantasie en speelsheid luiden nu de kerkklok. Kunst moet schuren en geforceerd aan het denken zetten. Omdat een ieder in toenemende mate de vrijheid heeft om ‘kunst’ de wereld in te pompen, is kunst onderhevig aan de waan van de dag. Er kan niet meer gesproken worden van een bepaalde stijl die bij een bepaalde tijd hoort: Geen Romaanse architectuur die eeuwen stand hield, geen barokmuziek die grofweg 150 jaar domineerde i.p.v. zomerhits die niet kunnen ontsnappen aan hun seizoen, geen renaissancestijl in de schilderkunst die begon met Giotto en eindigde met Tintoretto.

Hoe anders was dit gedurende lange tijd in de architectuur: In religieuze bouwwerken huist ten alle tijden het goddelijke. Religieuze bouwwerken zijn tijdloos, onveranderlijk, zijn te herkennen in hun afschuw van vooruitgang en zijn houders van ideeën en symbolen. In niet-religieuze bouwwerken herkent men de koopman, de democraat, het magistraat of de burger. Volkse bouwstijlen zijn afwisselend, progressief, veranderlijk en daarmee gebonden aan hun bouwjaar. In volkse bouwstijlen huist de vrijheid en de mens.

Men geeft zichzelf de vrijheid om al het voorgaande naar eigen believen te veranderen en in vele gevallen te verminken: Kerken worden moskeeën, klassieke doeken worden hernoemd om gekwetste gevoelens te voorkomen en boekpassages worden gecensureerd of herschreven omdat ze tot verkeerde gedachten zouden aanzetten.

In Frankrijk werd de boekdrukkerij gedurende een behoorlijke tijd de Duitse pest genoemd. Het boek bleek ten opzichte van architectuur een veel krachtiger, gemakkelijker, goedkoper en sneller middel om betekenis te geven aan de wereld en het innerlijke gevoelsleven. Het boek heeft het bouwwerk gedood. Creatieve geesten wendden zich in toenemende mate tot het boek, architectuur bleef berooid achter. Deze doodstrijd tussen architectuur en literatuur is gestart in 1500 en vervolmaakt in 1800. Het was de boekdrukkunst die van de Verlichting een succes maakte i.p.v. burgerlijke ongehoorzaamheid. In een eeuw tijd verwoest de Verlichting bijna alles wat daarvoor kwam. De wederopbouw werd gestart, ten tonele verschenen individualisering, feminisering, emancipatie, goddeloosheid, globalisering, gelijkheidsdenken en tot slot de drie peilers van vrijdenken: Liberalisme, communisme en anarchisme die de voornoemde factoren samenbalden in een politieke ideologie.

Samenvattend kan er gesteld worden dat de mensheid reeds de 15de eeuw twee registers heeft: Een stenen en een gedrukt register. Het boek heeft het bouwwerk onttroond en permanent ontdaan van haar leidende rol als uiting van betekenis van een volk.

De 21ste eeuw kent haar eigen zeis: Decentrale kunst. Iedereen kan zijn mening geven op het internet, iedereen kan muziek maken met computersprogramma’s, iedereen kan fotograferen en iedereen kan photoshoppen. Dit zou op zichzelf niet eens een enorm probleem zijn ware het niet dat moderne westerse samenleving niet meer bestaat uit 1 volk, maar zelfs een individuele stad wel 100 of meer etniciteiten huisvest. Een ongebreidelde diversiteit in klanken, kleuren en vormen maakt zich zo meester van het dagelijkse bestaan. De eerder genoemde dissonantie is versterkt, versneld en verspreid. Ook hier geldt weer: Ideeën verzwakken, symbolen eroderen, samenhang vervalt, eigenheid verdwijnt. De priester is onthoofd, de filosoof is onthoofd, de koning is onthoofd en de generaal is onthoofd. De burgerij en zijn vrijheid hebben de macht. Waren er eerst nog twee registers der mensheid, nu is er niets meer wat bind. Wanneer men niet in grote lijnen hetzelfde schrijft, spreekt en denkt is er enkel chaos. Het resultaat is een diepe, diepe armoede in denken en doen.

Het meest ironische van de nakende dood van het boek is dat zij gedood wordt door dezelfde kracht waarmee zij de architectuur de nek omdraaide: Bekrachtiging van de burgerij d.m.v. vergroting van distributie.

Kunst kan prachtig zijn. Maar ongebonden, ontwortelde kunst, d.w.z. vrije kunst maakt heel veel kapot. Wanneer deze weg wordt aangehouden zal de Europeaan eerst verdrongen en dan onthoofd worden. Onze definitieve rustplaats zal tussen de ruïnes van de pre-Christenheid zijn. Het licht van de mensheid zal langzaam uitdoven, omdat zij haar grootste cultuurdrager ten grave heeft gedragen: De Europese man en vrouw.

Het is echter nog niet te laat. Juist in een diffuus wereldbeeld als het huidige is er ruimte voor een krachtige centrale invloed vanuit de oorspronkelijke bevolking. We moeten weer meester worden over onze eigen lotsbestemming. Alleen zo kan de eindtijd worden voorkomen.

Isengrim

Een gedachte over “Dit zal dat doden

  1. Subliem stuk. Alleen ben ik wél van mening dat kunst de volksziel moet reflecteren, voort moet komen uit de eenheid en eigenheid van het volk dus, en niet van bovenaf moet worden opgelegd door een kleine groep aristocraten of anderszins uitverkorenen. Wat we nu zien, is dat populaire muziek bijvoorbeeld weliswaar centraal wordt opgelegd, maar totaal geen gelijkenis meer met de volksziel vertoont getuige de vele MTV-achtige muziekzenders. Kunst moet juist het beeld van de interactie en eenheid van opvattingen en belevingen tussen de leden van een bevolking zijn, zoals dit in de stammensamenlevingen het geval was. In onze huidige moderne en individualistische samenlevingen is dit niet meer mogelijk, hooguit is er sprake van een overlap (intersubjectieve overeenkomst), zoals je dit nog een beetje terugziet bij voetbalwedstrijden, popfestivals e.d.: als die zijn afgelopen gaat iedereen echter gewoon weer zijn eigen gang. Geïnstitutioneerde cultuur als het ware. We moeten dus inderdaad weer zien te vinden wat ons ook alweer écht bindt, en vanuit deze hereniging een nieuwe Renaissance bewerkstelligen. Terug dus naar de basis, en weg met de moderniteit met zijn overdaad aan prikkels en activiteiten: ons hoofd moet weer leeg kunnen zijn om ruimte te kunnen bieden aan spiritualiteit. Verbondenheid is immers een geestelijk fenomeen. En vanuit deze spirituele verbondenheid vindt dan ons denken plaats een niet andersom zoals het geval is bij het vervloekte Verlichtingsdenken.

Reacties zijn gesloten.