Skip to main content
Soviet - header

De progressieve hoop

Het is de hoop op vooruitgang die links aantrekkelijk maakt.

Progressieven worden door hen, die zich niet tot links rekenen, geassocieerd met fanatieke studenten met geverfd haar, enorme brillen en glutenallergie. ‘Progressief’ is een kernwoord voor het geloofssysteem van de zogenaamde ‘Social Justice Warriors’. Maar de progressieve ideologie is werkelijk aantrekkelijk, omdat zij hoop biedt. Het is fijn te geloven dat de westerse samenleving steeds meer vooruitgang boekt op de weg naar een toestand van volmaakte harmonie en tolerantie. Het afschaffen van de slavernij, de burgerrechtenbeweging in de VS, vrouwenquota’s en zo meer, worden gezien als stadia op de weg naar een progressief Utopia, waar alle vormen van haat en intolerantie eenvoudigweg niet meer zullen bestaan.

Dit is de reden dat de meeste mensen zoveel moeite hebben de argumenten tegen de progressieve politiek onder ogen te zien, zoals de schade die het multiculturalisme aan de samenleving berokkent of de neergang van het gezin, om twee van de belangrijkste kwesties te noemen. Mensen zitten vast aan het idee dat racisme, seksisme en haat eens toch zeker zullen worden uitgeroeid, dat een laatste slag in het volgende decennium of zo er ons toch zeker van zal verlossen. De ‘nazi’s’, waar ze zich ook verschuilen, zullen worden gevonden en uitgestoten uit de samenleving. Zeker, er zijn misschien wat idiote feministes die te ver gaan. Zeker, multiculturalisme is nu niet volmaakt. Maar over het algemeen zijn dit goede bewegingen en heeft men het hart op de goede plaats. Als iedereen gewoon meer zijn best deed voor dit project konden we dit Utopia bereiken. Dat is het geloof dat dit verhaal, dit narratief voortdrijft.

De geschiedenis hoe de progressieven de instituties in de westerse samenleving overgenomen hebben is zeer interessant, en vele activisten worden nog steeds door hetzelfde narratief voortgedreven als de studenten en mensenrechtenactivisten van de jaren ’60. In de hele westerse wereld protesteerden toen tienduizenden studenten tegen het establishment. In Nederland werd het protest voornamelijk geleid door de anarchistische kunstbeweging Provo. Onder invloed van de geschriften van Karl Marx en de anarchisten van de 19e eeuw richtten zij zich op het provoceren van de politie om zonder reden te worden gearresteerd, en het uitdelen van gratis voedsel en fietsen. De beweging vond haar hoogtepunt in de demonstraties tegen de Vietnamoorlog bij het Van Heutszmonument. Per week namen duizenden aan de demonstraties deel, en honderden werden gearresteerd. Bij het huwelijk van prinses Beatrix in 1966 wisten de Provo’s de politie af te leiden, en rookbommen tijdens de plechtigheid te laten ontploffen. Grote rellen volgen.

Maar wat was de motivatie van de Provo’s, en de duizenden die zich aansloten bij de demonstraties? Niemand wist het zeker, net zo min als bij de demonstraties van ‘Occupy’ in 2011. Er was geen duidelijke leiding of lijst van eisen. Maar een ding was duidelijk: men had een algehele afkeer van autoriteit. Iedere autoriteit die wilde dat ze zouden trouwen, een christelijk leven zouden leiden en drugs zouden vermijden was volgens hen slechts uit op willekeurige controle, en zij wilden vrijheid.

De psycholoog Ronald Inglehart noemde dit fenomeen post-materialisme. Het idee is dat een maatschappij in ontwikkeling noodzakelijk vrij autoritair is, met strikte morele voorschriften. Zodra een maatschappij een zekere mate van materiële welvaart heeft bereikt verschuift de focus van materiële welvaart naar zaken als autonomie en vrije expressie. De studentenprotesten gebeurden dan ook in de meest welvarende landen van de wereld. Er waren in Nigeria of op de Filipijnen geen hippies die tegen het establishment protesteerden. Dat idee was en is belachelijk. De geschiedenis staat bol van rijken die een dominante positie en materiële welvaart bereikten, maar waar na enkele generaties degenen die voor die positie hadden gewerkt en gevochten uitstierven, en vervangen werden door zelfvoldane generaties die elk verantwoordelijkheidsgevoel ontbeerden.

Het lijkt duidelijk dat de ‘babyboomers’ van de generatie van de jaren ’60 dit keerpunt in de westerse beschaving belichamen. Dit wil niet zeggen dat hun beweegredenen of prestaties slecht waren, of moeten worden veronachtzaamd. Het verwijderen van willekeurige beperkingen van vrouwen of minderheden was natuurlijk iets goeds, maar het waren gebrekkige oplossingen voor een zeer moeilijk probleem. Dit betekent niet dat de neergang van onze cultuur onvermijdelijk is. Het is onwaarschijnlijk dat enige beschaving voor altijd dominant kan blijven, maar sommige beschavingen weten hun waarden eeuwenlang te bewaren. Daarbij laten bovendien hun prestaties een erfenis achter die deze wereld beter maakt.

The Progressive Fallacy - corrected
All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing. – Edmund Burke

Tegen de jaren ’70 was Nederland al midden in zijn multiculturele experiment. De wet op de gezinsvereniging stond de families van gastarbeiders toe zich in het land te vestigen, in plaats van dat de gastarbeiders naar huis terug zouden keren, zoals eerst de bedoeling was. In 1983 verscheen een rapport over minderheden dat stelde dat Nederland een land van immigratie was geworden, en dat de vorming van parallelle samenlevingen in het land aanmoedigde.

In de jaren ’90 kwam ‘progressief’ links aan de macht. In Engeland was dit Tony Blair en New Labour, in de VS Bill Clinton, en in Nederland in 1994 de paarse coalitie van PvdA, VVD, en D’66 onder Wim Kok. Voor het eerst was er een kabinet zonder christelijke partijen. In deze jaren werd in Nederland de prostitutie gelegaliseerd (2000), euthanasie goedgekeurd (2002) en het homohuwelijk ingevoerd (2001). In deze tijd werd Europa ook geconfronteerd met de grootste stijging van de immigratie in haar geschiedenis.

Het paarse kabinet verlegde de nadruk bij immigratie naar integratie, vooral om de arbeidsparticipatie te vergroten. Deze hardere politiek heeft echter weinig gedaan om de sociale spanningen te verminderen. Afgelopen jaar kwamen er 200000 immigranten naar Nederland, en werden tienduizenden asielzoekers geaccepteerd. In plaats van de idealen te verwerpen van het beleid van de jaren ’70, werd eenvoudig de focus verlegd. Het geloof werd dat de immigranten Nederlanders konden worden, ondanks alle bewijzen van het tegendeel. De late jaren ’70 waren het punt waarop dit idealisme was blootgelegd en weerlegd. Maar de beleidsmakers weigerden hun linkse droom op te geven, en jagen hem na tot op de dag van vandaag.

Willen de tegenstanders van het linkse progressieve narratief echter succes boeken, dan moeten hun argumenten niet alleen maar zijn gebaseerd op ‘realisme’. Ze moeten ook hoop bieden. Het is onwaarschijnlijk dat argumenten gebaseerd op pessimisme mensen kunnen overtuigen. Dit is de fatale zwakheid van het conservatisme. Conservatisme is geen filosofie, maar juist een anti-filosofie. Het idee dat een samenleving zou moeten vasthouden aan zijn tradities, en weerstand moeten bieden aan grootschalige veranderingen is verstandig, maar kan geen hoopvol beeld van de toekomst bieden.

De eerste christelijke missionarissen die in Afrika en Azië hun leven gaven om de mensen tot het Christendom te bekeren waren progressieven in de zin, dat zij geloofden dat een moraliteit die het gezin, respect voor het menselijk leven en liefdadigheid centraal stelde, een samenleving kon verbeteren en verheffen. Copernicus en Galileo waren progressieven in de zin, dat zij beseften dat vasthouden aan waarheid en bewijsvoering tegenover dogmatisme de mensen ten goede zou komen.

Dit is volgens mij de reden dat Trump en Brexit slaagden, en gedeeltelijk waarom de PVV het minder goed deed in de afgelopen verkiezingen dan verwacht. De gevaren van de extremistische Islam en het multiculturalisme zijn reusachtig, en moeilijk te overschatten. Maar het is onredelijk te verwachten dat mensen een partij zullen steunen waarvan het voornaamste punt is ergens tegen te zijn. Zoals Nigel Farage zei in zijn toespraak tot de C-PAC-conferentie in februari: “We moeten duidelijk zijn, we zijn tegen niemand vanwege hun religie of etniciteit, we zijn tegen niemand, maar we zijn voor onszelf, we zijn voor ons land, we zijn voor onze gemeenschappen, we zijn voor de veiligheid van ons volk, met minder bedreiging door de wereldwijde terreur. Dat is waar we voor zijn, en we zijn voor ons land, en we zijn voor ons volk, en we zijn aan het winnen.”

Een samenleving gaat vooruit doordat zij het haar burgers mogelijk maakt zich te verbeteren. Vooruitgang is succes in het zakenleven, technische vooruitgang en grotere veiligheid voor het gezin. Mensen gaan niet vooruit, als zij het voor niets krijgen. Zij gaan vooruit door kansen. Kansen door handel, door de organisatie van onderlinge steun, en door krachtige culturele waarden. Een betere samenleving is altijd mogelijk, als deze tenminste is gebaseerd op een realistisch begrip van de wereld. Dit is wat progressief zijn kan betekenen, ook voor ons, die het linkse narratief verwerpen.

 
John Malcolm
 

– Bijeenkomsten –

Elke maand organiseert Erkenbrand bijeenkomsten waar schrijvers en lezers van Erkenbrand elkaar kunnen ontmoeten. We streven naar een discussie op niveau en naar gezelligheid. Meer informatie vind je hier.
 

 
Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org

2 gedachten over “De progressieve hoop

  1. Daarom is het ook belangrijk dat wij in de toekomst meer de nadruk gaan leggen op technologische en expansionistische vooruitgang en minder of sociale vooruitgang.

  2. Lees hierover ook ‘Aardse Machten ‘ van Michael Burleigh
    Interessant en verhelderend.

Reacties zijn gesloten.