Skip to main content

De opkomst van allochtone criminaliteit en het verval van de politie

Dit artikel is een vertaling van een in 2013 gepubliceerd artikel van de hand van Tim Priest, voormalig politierechercheur in Sydney. Een heel eind weg maar erg relevant. Het is naar mijn mening een van de allerbeste reflecties die ooit geschreven zijn over het falen van het moderne politieapparaat om allochtone criminaliteit de baas te zijn. Het oorspronkelijke artikel is hier te vinden: http://australian-news.net/article/the-rise-of-middle-eastern-crime-in-australia.

Allereerst een korte introductie van Tim Priest. Priest was het type harde politieman waarover je leest in spannende misdaadromans. Hij weigerde de status quo van drugs-gerelateerde criminaliteit van allochtone bendes te accepteren. In toenemende mate voelde Priest zich beperkt in zijn functioneren door bezuinigingen bij de politie, de enorme bureaucratie en opmerkelijke beleidskeuzes van de politietop. Hij liet het hier niet bij zitten en sprak zich hierover in woord en gebaar uit. Dit heeft Priest na veel bewuste tijd en moeite zijn baan gekost.

Let wel, dit vertaalde artikel is dan ook niet bedoeld als aanklacht tegen de mannen en vrouwen die in ons Nederland de straten patrouilleren. Het moet vooral een licht werpen op de malaise die onze politie teistert en hoezeer de ambtenarij met de politietop verweven kan zijn. Het meest treurige is dat een parlementaire enquête duidelijk maakte dat Priest het gelijk aan zijn kant had en dat wat de kranten vertellen over criminaliteit slechts het topje van de ijsberg is.

Niet het gehele artikel is vertaald. Hier en daar zullen er passages zijn die dusdanig verbonden zijn met hun directe Australische omgeving dat ze lastig te generaliseren zijn. Anderzijds zijn er sommige keuzes in de vertaling gemaakt die de geest van de tekst benaderen maar niet altijd een letterlijke vertaling zijn omdat dit zich niet leent voor een conversie van de Engelse naar de Nederlandse taal. Overwegend is het een prima blik op de rauwe werkelijkheid van het politieleven. Voor het volledige verhaal is het boek To Protect and Serve van Priest en Richard Basham een aanrader om te lezen.

Hoe alles begon

Het is mijn overtuiging dat de opkomst van criminele bendes met allochtonen met hun oorsprong in het Midden-Oosten een invloed zullen hebben die we niet eerder hebben meegemaakt.

In de vroege jaren ’80 was ik een jonge agent, verbonden aan de Drugseenheid van de aloude Commonwealth Investigation Branch. Ik herinner mij een situatie waarin ik samen met een collega een huiszoeking deed. We hadden een betrouwbare tip gekregen over de aanwezigheid van een grote hoeveelheid heroïne in het pand. Dit bleek echter een heel andere soort huiszoeking te worden dan ik voorheen gewend was. Eenmaal binnen, bleken de bewoners pas gearriveerde Libanezen te zijn. Vanaf het moment dat we het pand binnengingen moesten we worstelen met de mannen en werden we bespuugd door de vrouwen en kinderen. De huiszoeking duurde ongeveer vijf keer zo lang vanwege het verzet en alle obstakels die in het pand waren geplaatst. De vrouwen weigerden gefouilleerd te worden vanwege hun religie, zelfs door opgeroepen politievrouwen. Dit was iets wat we nog nooit eerder hadden meegemaakt.

Zoals toen gebruikelijk, arresteerden we iedere volwassene en tiener die de huiszoeking had gehinderd. We brachten de Libanezen voor de rechter, waar ze al snel werden bijgestaan door pro deo advocaten. De advocaten stelden dat de verdachten onschuldig waren ten aanzien van de aanklachten verstoring van de openbare orde en het hinderen van de politie in hun functioneren. Ook zouden ze onschuldig zijn volgens de advocaten omdat ze afkomstig zijn uit een land waar er sowieso haatgevoelens zijn tegen de politie, ze hadden slechte communicatievaardigheden en ook zou de politie de hele huiszoeking niet hebben uitgevoerd op een wijze die acceptabel was voor de islamitische bewoners.

De rechter van dienst, berucht onder agenten omdat hij nog niet één op de tien verdachten veroordeelde seponeerde de zaak en was uiterst kritisch over het optreden van de politie.

Het brengt mij op de volgende situatie, welke speelt in 1994. Een bekende Libanese familie, woonachtig vlakbij de politieacademie van Redfern terroriseerde de wijk met willekeurige aanvallen, drugshandel, overvallen en algeheel anti-sociaal gedrag. Toen ik dit vernam van enkele jonge dienders besloot ik samen met hen poolshoogte te nemen. Na enige tijd zag ik de bewuste familie en werd ik mij direct bewust van hun invloed op de omgeving. We reden weg, maar kregen een baksteen naar de auto geworpen. De bestuurder reed door. Ik vroeg hem daarop: “Wat doe je? We hebben zojuist een baksteen op de auto gekregen!” De jonge diender antwoordde mij: “Oh, dat doen ze altijd als we langsrijden.”

De agenten waren of te lui of te angstig om iets te doen aan deze situatie. Het resulteerde erin dat de kostenpost voor reparaties aan politievoertuigen steeds meer toe begonnen te nemen. Deze straatterroristen werden steeds sterker en de politie werd steeds defensiever. De politie was zich er ook van bewust dat justitie hen als een gemakkelijk doelwit zag en trok zich daarom steeds meer terug. Een aanklacht van advocaten, of een onderzoek van interne zaken lag op de loer.

Noem mij een dwaas, noem mij ouderwets, maar ik moest en zou die dag een van de mensen die mogelijk een baksteen hadden gegooid arresteren. Ik ging terug naar de wijk en werd daar begroet met scheldwoorden en dreigementen. Ik ging daarop over op de oude manier van recherchewerk: Ik pakte de dichtstbijzijnde man uit de groep beet en maakte hem duidelijk dat hij de baksteenwerper was. Zijn maten deden niets. Tegen de tijd dat we terug waren in het politiebureau was deze jonge dwaas meegaand, verontschuldigde hij zich en was hij dusdanig bang dat hij maar bleef huilen. Je kunt het niet eens zijn met wat ik deed, maar ik liep met de jongen door het hele politiebureau om de jongere agenten te laten zien waarvoor ze bang waren geworden.

Gedurende enkele maanden werden familieleden opgepakt wanneer dat gerechtvaardigd was. Enkele jaren later werd de commissaris vervangen, evenals een behoorlijk deel van het reguliere politiepersoneel. De terroriserende familie kwam vrij en kon vervolgens verder gaan waar ze waren opgehouden. Binnen enkele maanden hadden ze een jonge Australiër gedood die dronken hun wijk in was gewandeld. Ze hadden een caravan waarin ze 24 uur per dag drugs verkochten. Om zichzelf te verdedigen dienden ze wanneer mogelijk een officiële klacht in over de politie om ons en interne zaken bezig te houden.

Ik hoop dat met de voorbeelden die ik heb gegeven duidelijk wordt dat ik geen racist of pestkop ben. Het punt dat ik wil maken is dat politiewerk geen raketwetenschap is. Het gaat om menselijke dynamiek, straatpsychologie, ervaring, een klein beetje theater en de nodige hoeveelheid gezond verstand. Natuurlijk maken forensisch onderzoek, DNA, vingerprints en afluistermogelijkheden politiewerk een stuk geavanceerder. Uiteindelijk gaat het echter om de interactie tussen de wetsovertreder en de agent gedurende de arrestatie en het ondervragingsproces. Gewelddadige en onbeschofte verdachten respecteren zowel de wet als zij die de wet dienen niet. Waar zij wel respect voor hebben is een politieagent van de oude stempel die niet terugdeinst en niet geïntimideerd kan worden. Wanneer verdachten zo’n agent tegenkomen dan gegeven ze zich doorgaans snel gewonnen en blijkt er achter die grote mond en maniertjes maar weinig te schuilen.

De opkomst van Midden-Oosterse bendes

Het was rond 1995 á 1996 dat de opkomst van georganiseerde bendes van Midden-Oosterse origine voor het eerst werd waargenomen. Voor die tijd waren ze vooral bekend van anti-sociaal gedrag en losse families die zich bezighielden met heroïnehandel, diefstal en doorverkoop van gestolen goederen. De enige vorm van criminaliteit die voor deze tijd wel georganiseerd overkwam was verzekeringsfraude, vaak gerelateerd aan voertuigongelukken en brandstichting. Omdat deze misdaden grotendeels slachtofferloos waren, handelden vooral de verzekeringsbedrijven ze af en was de betrokkenheid van de politie minimaal.

Het duurde echter niet lang voor er uit deze verzekeringsfraude nieuwe vormen van criminaliteit opkwam: Afpersing, gewapende overval, georganiseerde drugshandel, wapenhandel, georganiseerde fabrieks en warenhuisovervallen, voertuigdiefstal. Bij voertuigdiefstal werd er vooral gemikt op dure auto’s om deze vervolgens door te kunnen verkopen naar kopers in Libanon of andere landen in het Midden-Oosten.

Om deze nieuwe georganiseerde vorm van misdaadbendes te lijf te gaan werd er een nieuwe politie-inlichtingeneenheid opgericht, naar Brits model. Het bleek in de praktijk een sterk reactieve eenheid te zijn. Men vergaarde informatie gerelateerde aan de bendes, maar archiveerde deze. Van 1997 tot 2002, toen ik wegging, werd er nauwelijks relevante informatie gedeeld met andere politie-eenheden. Het was een schande.

Toen er vanaf halverwege de jaren ’90 georganiseerde Midden-Oosterse bendes opkwamen, gingen er geen alarmbellen af. Ik weet dat er enorme hoeveelheden waardevolle inlichtingen werden verzameld over Libanese en soortgelijke misdaadbendes. Het gebrek aan slagvaardigheid en actie richting deze bendes kan niet zijn voortgekomen omdat de inlichtingenrapporten niet relevant of interessant waren. Ik heb ze zelf gelezen, dit waren ze wel degelijk.

Nog meer frustrerend waren de activiteiten van deze Libanese misdaadbendes, het waren activiteiten die hen onderscheidde van alle andere misdaadbendes: Ze waren genadeloos, extreem gewelddadig en niet alleen bedreigden ze ooggetuigen, ze bedreigden ook de politieagenten die hen wilde arresteren. De politie bood steeds minder verzet, waarop de macht van deze etnische bendes toenam.

Op beleidsniveau werd er steeds meer gedecentraliseerd binnen de politie. Zo ontstonden er kleine koninkrijkjes met een politieveteraan aan het hoofd die kon functioneren zonder enige vorm van supervisie of controle. Zij konden bevriende politiecommissarissen aanstellen, vaak met weinig daadwerkelijke straatervaring, die op hun beurt ook weer bevriende agenten aanstelden met weinig ervaring. Het kwam vaak voor dat deze agenten vooral ervaring hadden op het gebied van personeelsbeleid, binnen de politieacademie, de muziekband van de politie in een enkel geval en diverse obscure afdelingen binnen het politieapparaat. Het waren stuk voor stuk mensen met weinig tot geen straatervaring die waren aangesteld om te leiden. Nooit eerder was de uitspraak de lammen helpen de blinden meer terecht.

De invloed die deze vorm van leiderschap had op het functioneren van de politie was rampzalig. In veel van de sleutelgebieden waar etnische bendes zorgden voor een enorme en razendsnelle piek in de criminaliteit raakte de politietop meer geïnteresseerd in het onderhouden van relaties tussen de politie en de lokale gemeenschap van etnische minderheden. De macht en invloed die locale religieuze en etnische leiders hadden is niet te onderschatten. De politie ging de wet selectief toepassen. Ze gingen zich richten op verdachten waarbij het niet te verwachten viel dat zij hun etnische achtergrond of culturele overtuigingen zouden gebruiken om de politie te hinderen in hun functioneren. Dit waren Angelsaksische Australiërs en Aziaten. Zij hadden nauwelijks vertegenwoordiging van religieuze of etnische leiders en waren zodoende een gemakkelijk doelwit.

Intimidatie van de politie

In 2001 gebeurde het volgende in een moslimwijk. Politieagenten hadden betrouwbare informatie over de aanwezigheid van drie Midden-Oosterse criminelen in een voertuig. Wat er gebeurde kan enkel omschreven worden als angstaanjagend: Het voertuig werd onderzocht op gestolen goederen als gevolg van een inbraak. De agenten werden fysiek bedreigd door het drietal. Zij stelden dat ze zouden gaan uitzoeken waar deze agenten woonden, hen te vermoorden en hun vriendinnen te neuken. De twee agenten waren dusdanig geïntimideerd dat ze zich terugtrokken naar hun voertuig en onmiddellijke ondersteuning verzochten.

Ondersteuning arriveerde, waarop de drie criminelen hun handlangers belden met hun mobiele telefoon. Heel toevallig liep deze communicatie via een radiokanaal dat is gevestigd in het Midden-Oosten. Binnen enkele minuten kwamen twintig van hun handlangers opdagen, alsmede veertig mannen uit de directe omgeving. Daarop kwamen er ook weer meer politieauto’s ter versterking. De mannen van de etnische minderheid werden steeds agressiever, sloegen agenten, duwden hen richting de grond, bedreigden hen en vernielden politieauto’s. Toen de politiecommissaris arriveerde beval hij direct alle agenten naar hun voertuig terug te keren. Er werd geen gestolen goed in beslag genomen en niemand werd gearresteerd voor het aanvallen van de politie of vernieling van politieauto’s.

De vernedering hield daar echter niet op. De Libanezen reden naar het politiebureau, waar ze het aanwezige personeel intimideerden, eigendom vernielden en in feite het politiebureau gijzelden. De politie kon niets doen. De commissaris gaf het bevel de Libanezen niet te confronteren maar versterking te roepen van andere politiebureaus. Uiteindelijk verdwenen de Libanezen uit eigen beweging, zonder dat er tegen hen enige vorm van actie is ondernomen. Het treurige van dit alles is dat er vele honderden van dit soort incidenten zijn geweest.

De boodschap werd glashelder voor de lokale gemeenschap: De politie bestaat uit lafaards, wij Libanezen heersen over de straten. Er werd in de dagen die hierop volgden niets gedaan om dit totale falen van de rechtsorde te corrigeren. De politietop vond het belangrijker om het signaal af te geven dat de band met de lokale gemeenschap nog nooit zo goed was. Het was ook van levensbelang om negatieve persberichten te voorkomen. Persberichten die duidelijk zouden maken dat de misdaad in diverse delen van de stad uit de hand liepen waren ongewenst. Zelfs in het geval dat de agressieve Libanezen wel gearresteerd zouden zijn, zouden ze direct een klacht hebben ingediend bij interne zaken via hun pro deo-advocaat en gemeenschapsleiders. Voor de politietop was dit een reden tot zorg met het oog op de volgende rapportages over criminaliteitsstatistieken.

Incompetent leiderschap binnen de politietop

Door de confrontatie uit de weg te gaan, gaf de politie in steeds meer delen van het zuidwesten van Sydney steeds meer terrein op. Door het aanstellen van onervaren agenten in de topfuncties werd het politieapparaat als geheel aan zijn lot overgelaten. Veel van deze agenten hadden zich al vroeg in hun loopbaan teruggetrokken van veldwerk omdat zij dit niet aan konden. Zij staken wel hun hand op toen de belangrijke operationele posten werden vergeven omdat zij daarmee zo’n 30,000 á 40,000 Australische dollars per jaar meer verdienen dan in een functie als rechercheur, wat belachelijk is.

Dit soort beleid binnen de politie werd gedoogd en aangemoedigd binnen grote delen van New South Wales. De problemen die in Sydney gaande zijn, zijn het directe gevolg van het verdoezelen van misdaad omdat het in ging tegen het beeld wat de politietop naar buiten toe uit wilde stralen: Misdaadcijfers dalen, wij doen als politie geweldig werk.

Wat er volgde was de hervorming van individuele politieafdelingen tot één centrale eenheid. Alle specialistische afdelingen werden opgedoekt en tot één geheel gesmeden. Weg waren de afdelingen brandstichting, gewapende overval, narcotica, georganiseerde criminaliteit, speciale inbraken, zedenpolitie, kansenspelen en voertuigdiefstal. Het idee was dat agenten in de ochtend een voertuigongeluk konden onderzoeken en in de middag een gewelddadige moord. De praktijk bleek weerbarstiger. In een mum van tijd verdween alle specialistische expertise en ervaring binnen de politie.

Het was alsof je bij ziekenhuizen iedere specialistische chirurg weghaalt en in plaats daarvoor huisartsen iedere operatie laat doen. Ongeacht hoe intelligent of toegewijd de huisartsen zijn, ze zouden simpelweg niet de ervaring, het onderricht en de kennis hebben om dit goed over te nemen. Dit is dus precies wat er met de politie gebeurde. Het was een ramp. De mensen die deze beleidskeuzes hebben voorgesteld en doorgevoerd zijn inmiddels omhoog gepromoveerd naar lucratieve overheidsfuncties.

De druppel die de emmer deed overlopen was de beslissing om het baanbrekende CompStat programma van de NYPD losjes te kopiëren en vervolgens halfslachtig in te voeren in Sydney. Zo kwam er een focus op zes criminele factoren: Huiselijk geweld, blaastesten, diefstal, overval, mishandeling en voertuigdiefstal. De aandacht voor drugs, georganiseerde misdaad, vuurwapens, schietpartijen en (poging tot) moord verslapte. De misdaden die de gemiddelde burger angst in boezemen werden verwaarloosd of zelfs genegeerd. Het politieapparaat richtte zich op een beperkt aantal misdaden en liet veel gevaarlijkere en dodelijkere vormen van criminaliteit uit de hand lopen.

Al deze hervormingen hebben de financiële reserves van de politie uitgeput. Dit benadeelde de functionele inzetbaarheid van de politiemacht aanzienlijk. Het Midden-Oosterse misdaadbendeprobleem was een tijdbom geworden.

Verspreiding van criminaliteit

Als ik terugkijk op de invloed van Chinese georganiseerde misdaad in Australië, dan zie ik een graduele maar aanhoudende trend. Dit was geen kwestie van hoge pieken in activiteiten of incidenten, maar van een goed geplande crimineel imperium dat weinig aandacht trekt. Het is er wel, maar je ziet het niet.

Het duurde waarschijnlijk twintig jaar voordat de Chinezen de dominante misdaadgroep waren in de stad. Het duurde nog geen tien jaar voordat de Libanezen de macht grepen. Hun invloed is zo alom aanwezig, zo omvangrijk en zo indringend dat rivaliserende misdaadbendes van andere etnische samenstellingen op sterven na dood zijn of volledig kapot zijn gemaakt, met uitzondering van de Aziatische bendes. De enige criminele groepen die verder zijn overgebleven zijn de motorbendes. Echter, deze hebben heden ten dage ook een hoop legale bedrijven of activiteiten waardoor ze net zoveel geld verdienen aan illegale als legale zaken. In dit opzicht hebben ze de strategie overgenomen van de maffia, die legale bedrijven heeft om hun illegale activiteiten te verhullen.

De Libanese bendes zijn betrokken bij criminaliteit van een niveau wat nooit eerder is vertoond in deze stad. Ramkraken gericht op exclusieve winkelketens zijn een epidemie geworden. De diefstal van peperdure voertuigen neemt alarmerend toe. Wat er hierbij gebeurt is dat de bende wacht tot de eigenaar van de auto terugkeert van een etentje in een restaurant en naar huis rijdt. De bende volgt het dure voertuig, wacht tot de bestuurder bij zijn huis uitstapt en wordt vervolgens onder dreiging van een vuurwapen gedwongen zijn of haar sleutels van het voertuig af te geven. De voertuigen worden vervolgens opgeslagen in warenhuizen of depots en na enige tijd verscheept naar het Midden-Oosten.

Afpersing in het uitgaansleven

Afpersing in het uitgaansleven wordt nauwelijks gerapporteerd vanwege de gevolgen voor de eigenaar van een club. Vlak voor ik de politie verliet was ik betrokken bij een onderzoek m.b.t. een dappere clubeigenaar die wel bereid was geweest contact op te nemen met de politie. De Libanese criminelen werden gearresteerd na een infiltratieoperatie. Ik heb echter het vermoeden dat na vele bedreigingen, de eigenaar zijn club verkocht en elders in het land is gaan wonen. Hij had ooit een goedlopende onderneming met een prima reputatie waar drugs niet welkom was, veiligheid van bezoekers van groot belang was en er goed samenwerking was met de politie.

De tactieken die door de bendes werden gebruikt waren eenvoudig. Een grote hoeveelheid Libanezen ging de club in, vaak meer dan twintig tegelijk. Daarmee hadden ze een overtal op het beveiligingspersoneel en begonnen vervolgens in te steken op Australische mannen. Na enkele minuten vertrokken de Libanezen weer, voordat de politie op tijd was om hen te arresteren. Enkele dagen later kwamen oudere leden van de bende op bezoek bij de club, goed gekleed, op het oog uit op een mooie zakelijke overeenkomst. Ze benaderden de clubeigenaar en stelden voor om voor 2000 á 3000 Australische dollars per week bescherming te bieden tegen soortgelijke incidenten. Vele eigenaars betaalden om ervoor te zorgen dat hun onderneming open kon blijven. Wanneer er niet werd betaald, of wanneer er contact werd opgenomen met de politie duurde het enkele weken, soms maanden voordat de Libanezen terugkwamen en hun wraak botvierden op de club. Zo is er overtuigend bewijs uit inlichtingen dat er in een populair uitgaansgebied in de stad zo goed als alle bars, clubs en hotels beschermingsgeld betaalden aan misdaadbendes met hun etnische oorsprong in het Midden-Oosten.

Raciale aanvallen tegen jonge Australiërs

De cyclus van geweld vanuit Midden-Oosterse bendes is niet gebonden aan hun directe omgeving zoals dat bij andere etnische bendes vaak wel het geval is. Nog zorgelijker is dat het geweld veelal gericht is tegen jonge Australische mannen en vrouwen. Er is duidelijk bewijs dat het geweld tegen Australiërs zowel crimineel als raciaal bedoeld is. Dit blijkt wel uit de verklaringen van Australiërs wanneer ze zijn aangevallen door Libanese mannen. Een terugkerend thema is dat de aanvallen plaatsvonden simpelweg omdat de slachtoffers Australisch zijn.

Ik vraag mij af of er door de bedenkers van de rassenhaatwetten ooit is nagedacht over het gegeven dat wij, de zwijgende meerderheid ooit het doelwit zouden worden van raciaal geweld en haat. Ik herinner mij dat er geen link werd gelegd met rassenhaat gedurende de vele groepsverkrachtingen in het zuidwesten van Sydney in 2001. Dit terwijl ras een terugkerend thema was en ras werd gebruikt om de Australische slachtoffers te vernederen. Op dat moment kwam er echter, tot mijn ongeloof, een met belastinggeld gefinancierd rapport uit van de Anti Discrimination Board genaamd Race For The Headlines uit. In dit rapport werd niet enkel de link met ras gebagatelliseerd, maar ook werden de mediakanalen die er wel over schreven alszijnde raciaal geweld bekritiseerd en gebrandmerkt als bevooroordeeld. Het verontrust veel politieagenten dat organisaties zoals de Anti Discrimination Board, de Privacy Council en de Civil Liberties Council functioneren zonder toezicht en dat ze beleid voorstaan, uitdragen en proberen door te drukken die rechtstreeks ingaan tegen de waarden waarop dit geweldige land is gebouwd.

Wanneer de situatie in Sydney ergens mee vergeleken zou moeten worden dan is Parijs het beste vergelijk. De gevangenissen in Frankrijk zijn overwegend gevuld met Arabische mannen. Er zijn gebieden waar zowel politie als burgers voor hun eigen veiligheid niet meer naartoe kunnen. De rechtsorde is dusdanig ingestort dat er een situatie was waarin drie moslimterroristen opgepakt moesten worden met een enorme politiemacht. De politie in Parijs ging met pantservoertuigen de wijk in, zware wapenuitrusting en 1000 agenten. Dit deed men om represailles van Midden-Oosterse en Noord-Afrikaanse wijkbewoners te voorkomen of indien nodig, de kop in te drukken. De wijkbewoners staan bekend om hun gebrek aan respect voor de Franse wet en ze beschouwen bezoeken van de politie of andere autoriteitsbekleders als een oorlogsverklaring.

De problemen die in Parijs spelen worden in rap tempo in Sydney gekopieerd. Er is in beide steden een explosie van verkrachtingen gericht op de oorspronkelijke vrouwelijke bevolking. Het gaat hier niet enkel om seksuele bevrediging, maar ook om verkrachting met een raciale ondertoon, gepaard met gewelddadige bedreigingen en de dreiging om wraak te nemen wanneer de autoriteiten worden ingeschakeld. Wat veelzeggend is, is de identieke reactie van een deel van de media en criminologen in zowel Frankrijk als Australië. Men verdoezeld het raciale element van de misdaden en valt critici aan die wel degelijk een relatie opmerken en zich hierover uitspreken.

Wat er nu gaande is, is dat al deze intellectuelen uit hun universiteiten en bibliotheken komen om de criminaliteitsstatistieken van allochtonen te minimaliseren, goed te praten of te pardonneren. Naar mijn mening is dit sociale omvorming die bedoeld is om onze maatschappij te veranderen. Deze mensen hebben op alle niveaus van instituties en organisaties geëxperimenteerd.

Een van die experimenten binnen de politie is de transitie naar een heel andere soort politie-eenheid. Voorheen werden politieagenten opgeleid voor veldwerk. Heden ten dage is de politieacademie een soort universiteit geworden die haar toekomstige agenten opleid in de sociale wetenschappen. Ik zag in toenemende mate agenten van de academie komen met het idee dat ze bemiddelaars, psychologen, relatietherapeuten, sociale werkers en behartigers van sociale verandering waren. Ze hadden geen kennis en kunde ten aanzien van veldwerk, m.a.w. het leven van een agent op straat. De academie had niet enkel hen in gevaar gebracht, maar ook hun collega’s en de gemeenschap die ze moeten beschermen.

Politiewerk gaat om het in stand houden van de rechtsorde. Het gaat niet om het analyseren van iedere misdaad en de oorsprong van deze misdaad. Dat is niet ons werk. De politie bekrachtigd de wetgeving en beschermt de gemeenschap ongeacht ras, kleur of religie. Wat we in Sydney hebben gezien is dat etnische gemeenschappen selectief worden benaderd. Het gevolg van selectief politiewerk waar ook ter wereld is dat de gemeenschappen in kwestie totaal ontsporen.

Mijn verhaal

In februari 2001 moest ik verschijnen voor een onderzoekscommissie. Ik bracht daar controversieel bewijs ter sprake dat het gebruikelijke slag dwazen en gekken aantrok: ABC en hun handlangers bij de Sydney Morning Herald. Ik stelde voor de onderzoekscommissie dat deze stad verscheurd en verzwolgen zou worden door bendeoorlogen. In 2003 werd mijn gelijk eindelijk bewezen en vastgesteld, maar dit stemt mij allerminst tevreden. De kritiek die ik kreeg kent echter geen gelijke. Ik werd neergezet als een gek, een leugenaar, een racist en als een verbitterde politieman, maar ik had gelijk. Toen ik voor de onderzoekscommissie verscheen, vormde dit een risico voor mijn loopbaan en mijn leven. Ik deed het omdat ik een eed had gezworen aan de gemeenschap die ik dien.

De critici weigeren nog steeds te accepteren dat we met een groot probleem zitten. Ze houden zich vast aan hun multiculturele droom. Het belichten van de problemen met Midden-Oosterse gemeenschappen in de stad is een bedreiging van deze façade.

De hoeveelheid geld die besteed wordt aan de multiculturele industrie is ongelofelijk. Het garandeert een lucratieve en comfortabele positie voor velen. Overheden op alle niveaus spenderen veel geld aan alles wat het woord multicultureel met zich meedraagt. Dit gaat ook op voor het politieapparaat. Er wordt daar geld uitgegeven aan multiculturele arbeidsplaatsen, voorrang bij vacatures, advieswerk, voorlichtingsprogramma’s, gerechtelijke bijstand, publieke relaties en nog wel meer. Zij die veel geld hebben uitgegeven aan deze zaken zijn niet geneigd om hier kritisch over te zijn.

Volgens een religieuze leider van de Midden-Oosterse gemeenschap ligt het probleem van de groepsverkrachtingen in de Australische cultuur zelf. Inmiddels heeft hij zijn toon gematigd, maar dit zijn slechts woorden. Concrete actie wordt er niet ondernomen tegen de groepsverkrachtingen.

Wat is het toch waardoor de Midden-Oosterse gemeenschap zo hartstochtelijk verdedigt wordt door bepaalde delen van de media? Andere etnische gemeenschappen krijgen niet dezelfde bescherming. Waar zijn de excuustruzen om de problemen te verklaren binnen de Australische gemeenschap, of onder de Aboriginals? Hun verhaal is niet populair genoeg, niet globaal van aard zoals vluchtelingen of islamitische thema’s. Als ik terugkeer naar de wijken waar ik voorheen heb gepatrouilleerd, soms twintig jaar geleden dan moet ik vaststellen dat er niets is veranderd. Nog altijd is er een sfeer van armoede en hopeloosheid.

Nationale bedreiging

De Midden-Oosterse bendes en hun handlangers zijn in totaal honderdduizenden mensen sterk. Dit is in contrast met wat de overheid en de politietop je wil doen geloven, dat het slechts om enkele honderden zou gaan.

Geen dag gaat voorbij dat er een gewelddadige misdaad wordt gepleegd door “een man met een Midden-Oosters uiterlijk.” Al is het tegenwoordig populair om dit aan te vullen met “en/of Mediterraan uiterlijk.” Voor de agent op de straat is er een zichtbaar verschil tussen Libanezen en Italianen.

Dat mannen van de Libanese gemeenschap kunnen rondzwerven in een stad en daar naar eigen goeddunken kunnen roven, intimideren en mensen aanvallen kan niet lang meer worden ontkend of gepardonneerd. Je hoeft enkel te kijken naar Parijs of andere Europese steden om te zien wat voor effecten massaimmigratie uit Midden-Oosterse landen voor problemen kunnen opleveren in de komende jaren. Het is mijn voorspelling dat binnen tien jaar tijd de Midden-Oosterse bendes hun activiteiten uitbreiden naar andere delen van Australië. In Sydney zelf zullen er ook ontoegankelijke gebieden ontstaan, net als in Parijs.

Ik voorspel ook dat er een enorme toename zal zijn in bendeoorlogen. Men zal strijden om territorium en inkomsten. Dit zal gebeuren zonder enige acht te slaan op de politie, omdat de bendes zich er heel wel bewust van zijn dat de politie van de grond af aan opnieuw moet worden opgebouwd.

In veel opzichten zien we een kopie van de bendecultuur in Los Angeles opkomen. Er ontstaat een hele bendecultuur van eigen muziek, voertuigen, kledingvoorschriften, haarstijlen, wapens en gedrag richting de autoriteitsbekleders.

Ook in Los Angeles was er lang een grote groep politici die de problemen ontkenden. Ook daar was er nauwelijks politie-ingrijpen vanwege politieke beperkingen en incompetentie. Onder rechters in California is er al lange tijd een neiging om de wet toe te passen op basis van burgerrechten en diens achterliggende beweging. Zo wilde men er niet aan om lange gevangenisstraffen op te leggen aan etnische minderheden omdat dit discriminerend zou zijn. Wie er schuldig is, is eigenlijk niet meer relevant, maar de jonge generatie inwoners van Los Angeles heeft een vreselijke erfenis van criminaliteit cadeau gekregen.

Als deze enorme bedreiging voor onze samenleving niet adequaat wordt aangepakt binnen 2-3 jaar dan zal het drastische maatregelen en enorme financiële middelen vereisen om deze onder controle te krijgen, als dat al mogelijk is. De acties en beslissingen die nu kunnen en moeten worden genomen zijn een fractie van wat het in de toekomst gaat kosten. De slachtoffers in menselijk opzicht zullen onvoorstelbaar zijn.

Er bestaat ook de mogelijkheid dat deze Midden-Oosterse bendes een stap verder gaan en zich toe gaan leggen op terrorisme tegen Australië. De ingrediënten zijn er al. Het is maar een kleine stap van straatterreur naar religieuze en politieke terreur. Dit hebben we kunnen zien bij de IRA, waar criminaliteit vaak werd verweven met terrorisme.

Tot slot wil ik geen doemscenario schetsen. Als politieman heb ik echter kunnen zien wat bendes kunnen doen met onschuldige burgers. Ik kan alleen maar hopen dat de overheid en de politie vertrouwd kan worden opdat we de waarden en rechten die wij hebben gekregen van voorgaande generaties niet verliezen.

Isengrim