Skip to main content

De bloedrode kleur van de antifascisten

Antifa door de geschiedenis heen

Nu het grote publiek begint te vatten dat nationalisme gelijk staat aan zelfbehoud, voeren de zogenaamde ‘antifa’ of ‘anti-fascisten’ hun geweld op.

Dat er tegenwoordig veel gewone mensen zijn, zelfs buiten conservatieve kringen, die negatief spreken over deze ‘antifa’ is veelzeggend. Dit zal door de grotere media-aandacht van onafhankelijke nieuwsbronnen voor de waanzin en terreur van extreem-links komen. Tot voor kort dachten velen bij het woord ‘anti-fascist’ of ‘anti-racist’ aan een persoon met goede bedoelingen maar foute middelen. Inmiddels komt men er achter dat deze gemaskerde extremisten het liefst de blanke cultuur en ieder persoon die deze voorstaat zouden willen wegvagen. De doorsnee-burger begrijpt misschien niet waar ‘antifa’ voor staat. Wellicht meent hij bijvoorbeeld dat de ‘antifa’ de ‘nieuwe fascisten’ zouden zijn, volgens woorden die onterecht aan Winston Churchill worden toegeschreven. Dat ‘antifa’ een probleem is wordt echter in toenemende mate erkend. Dat probleem werd pijnlijk duidelijk tijdens de G20-top in Hamburg, afgelopen juli. Hordes ‘antifa’s’ trokken plunderend en vernielend door de straten. Toen na vier dagen de rellen ten einde kwamen bleef de stad achter met honderden gewonde politieagenten en 12 miljoen euro aan materiële schade. De stad was veranderd in een oorlogszone.

Zoals eerder vermeld, worden ‘antifa’ en fascisten soms beschouwd als van hetzelfde laken een pak. Dat is onjuist. Zelfs fascisten, of andere etnonationalisten met slecht gekozen presentatie of kleding, slaan geen wijken kort en klein, plunderen geen winkels, vallen geen omstanders aan en steken geen auto’s in de brand als zij actie voeren. Andersom is dit precies wat antifa wel doet. Antifa overleeft op randschade en uiteindelijk op destructie. De linkse en anti-blanke controle van de media was tot voor kort echter zo alomvattend dat gemaskerde ‘antifa’ die winkels plundert, toevallige passanten aanvalt en zich afstotelijk presenteert toch nog werd gepresenteerd als heldhaftig.

De realiteit is dat anti-blanke activisten veel dichter bij het kritisch punt van een gemobiliseerde massa zitten dan pro-blanke activisten. Dit heeft ermee te maken dat de gemiddelde blanke niet eens bewust is dat hij betrokken is bij een conflict, door het vredige drogbeeld in de media. Het aanvallen van politieke vijanden, bedrijven of organisaties treiteren tot zij zich terugtrekken of moeten sluiten, iemand laten ontslaan door zijn werkgever te informeren over zijn activiteiten of ideologische overtuiging buiten het werk of zelfs maar het ontvrienden op sociale media is hem vreemd. Maar langzamerhand beginnen blanken overal ter wereld steeds meer te begrijpen dat zij niet buiten dit conflict kunnen blijven. Want het maakt niet uit hoe vaak je excuses aanbiedt, hoe ver weg je vlucht, of hoeveel je je zogenaamde schuld afkoopt, vroeg of laat wordt je toch aangevallen.

‘Antifa’, of andere extreem-linkse groepen als ‘Black Lives Matter’ of milieuactivisten zijn volledig gevormd door de status quo van de massacultuur. Zij zijn meedogenloos in hun veroordeling en verwoesting van levens van blanken die buiten de door hen geaccepteerde kaders denken, spreken of handelen. De ‘antifa’s’ ontmenselijken hun tegenstanders om hun geweld te rechtvaardigen.

Het verhaal van de ‘antifa’ gaat ten minste tachtig jaar terug, op de onrustige periode na de Eerste Wereldoorlog. Deze periode stond bol van communistisch geweld, revoluties, activistisch straatgeweld en klassenstrijd door heel Europa. Het was eigenlijk een vervolg van een oorlog die al een eeuw gaande was tussen het denken in termen van de natie, of in termen van globalisme. In Duitsland stonden organisaties als het ‘Roter Frontkämpferbund’, ‘Kampfbund gegen den Faschismus’ en de ‘Roter Massenselbschutz’ vooraan in de revolutie. Allemaal vielen zij onder het leiderschap van de Kommunistische Partei Deutschlands, zonder er in directe zin deel van uit te maken. Deze losse organisatievorm is ook heden nog een kenmerk van de ‘antifa’. Sommige kenners spreken dan ook over ‘antifa’ als een overkoepelend merk in plaats van een centraal geleide organisatie.

 

Het fascisme is een beweging die ontstond als antwoord op de communistische dreiging. In zoverre is het een ‘reactionaire’ beweging. Het was een nieuwe ideologische uitingsvorm onder de middenklasse met eigendom, maar ook onder de arbeidersklasse, die hun landen helemaal niet af wilden laten schaffen in naam van een rode revolutie. ‘Antifa’ daarentegen is slechts communisme in een nieuw jasje, van het soort van toen anarchisten en communisten hun Internationale nog samen organiseerden, dat wil zeggen voordat Bakoenin en Marx ruzie kregen. Fascisme gaat uit van een nationalistisch wereldbeeld, ‘antifa’ gaat uit van een globalistisch wereldbeeld zonder grenzen. Daarom is net als de eerdere vergelijking van fascisten met jihadisten ook de vergelijking tussen fascisten en ‘antifa’ onjuist.

Het doel van ‘antifa’ is daarbij niet zozeer om de toegewijde nationalistische activisten te dwarsbomen. Iemand die het nationalisme voor zijn volk tot levensdoel heeft gemaakt gaat niet opeens stoppen na een antifa-aanval, ongeacht wat voor type aanval dit is. Wellicht wordt de activist alleen maar meer vastbeloten wanneer hij door acties van de ‘antifa’ nog meer verwijderd raakt van een normaal leven.

Nee, het eigenlijke doelwit van de ‘antifa’ zijn de sympathisanten. Zij probeert de drempel te verhogen om actief te worden in het behartigen van blanke belangen. Het gaat om het ruïneren van levens door vervolging en ‘doxxing’ van bijvoorbeeld een student die naar een pro-Zwarte Pietenactie gaat, een jurist die voor het eerst een bijeenkomst van Erkenbrand bijwoont, een middenstander of zakenman die geld doneert aan pro-blanke websites, of een moeder die in een opwelling boos of grof reageert op sociale media nadat ze heeft gelezen over ‘vluchtelingen’ die een meisje hebben verkracht dat haar dochter had kunnen zijn.

Mark Bray, een ideoloog van de ‘antifa’, en schrijver van het boek ‘Antifa: The Anti-Fascist Handbook’ schrijft: “Ons doel moet zijn dat over twintig jaar iedereen die voor Trump heeft gestemd zich teveel schaamt om hier openlijk voor uit te komen. We kunnen niet altijd iemands overtuigingen veranderen, maar we kunnen het zeker bijzonder lastig maken voor iemand in politiek, sociaal, economisch en soms fysiek opzicht om deze andere overtuigingen te verwoorden.” Aardig om te weten dat deze Mark Bray gastdocent is in ‘de geschiedenis van mensenrechten, terrorisme en politiek radicalisme in het moderne Europa’ aan Dartmouth College, een topuniversiteit in de VS. Bray krijgt wel wat kritiek, maar toch vooral veel bijval vanuit academische kringen en zijn aanstelling staat natuurlijk niet ter discussie.

‘Antifa’ valt dus niet de gesloten rangen aan, maar de organisatiemogelijkheden en de logistiek van pro-blanke mensen en organisaties. In dat opzicht is er nauwelijks verschil tussen ‘antifa’ en linkse journalisten (wat al bijna een pleonasme is): beiden willen de grenzen van het discours van ‘gewone mensen’ inperken door sociale controle. Journalistiek is tegenwoordig minder een beroepsrichting dan een bepaalde tactiek van linkse actievoerders. Tot op heden is deze tactiek succesvol gebleken. Iedereen die betrokken is bij de pro-blanke beweging kent het gevoel eerst om zich heen te moeten kijken voordat je wat zegt, de noodzaak om te fluisteren over welke boeken je leest en welke video’s je bekijkt en de discussies over hoe ‘doxxing’ het beste kan worden voorkomen.

Deze situatie zal pas echt verbeteren wanneer er voor blanken binnen onze eigen landen ruimte komt om onszelf te zijn. Een ‘safe space’, zoals dit wel genoemd wordt. Anders gezegd: ruimtes waar we echt onszelf kunnen zijn, onder elkaar, zonder aangevallen te worden. Dit komt neer op eigen scholen, eigen godshuizen, eigen sportverenigingen, eigen bedrijven, eigen culturele organisaties enz. Ons doel is om deze ruimte telkens wat te vergroten totdat deze uiteindelijk het hele land omvat. Dit is dezelfde strategie die de meeste groepen allochtonen gebruiken. Wie kent er niet de begrippen ‘Turkenwijk’, ‘Marokkanenbuurt’ en ‘China Town’? We zullen vol moeten inzetten op deze strategie, om onze mensen vrijuit te kunnen laten spreken zonder dat ze hoeven te vrezen voor hun broodwinning of hun leven. Wanneer de sociale repressie van de antifa en hun handlangers bij de media doorbroken zal worden, rest hen niets anders dan hysterie en een poging tot verdere repressie om de culturele hegemonie terug te krijgen. Zij zullen falen.

Communisme en extreem-links in Nederland

Zonder veel overdrijving kan je stellen dat als ze ermee weg konden komen, de ‘anti-fascistische’ knokploegen in naam der tolerantie je schedel zouden willen inslaan als je in hun ogen een ‘fascist’ bent, en dat ben je al gauw. Tenminste, als je geen moslim, homo, zwarte, genderneutrale of andere miskende underdog of minderheid bent, maar gewoon een oprechte blanke man of vrouw, die nadenkt en die zijn land en continent niet wil verkwanselen door grootschalige immigratie uit de derde wereld en islamisering.

Deze gewelddadige houding van extreem-links hoeft niet te verbazen. De moordpartijen van hun directe voorgangers en geestverwanten zijn ongekend en overtreffen veruit die van het nationaal-socialisme en fascisme. We kennen enigszins de slachtpartijen van Lenin, Stalin, Mao, en Pol Pot, maar nog veel minder bekend zijn bijvoorbeeld de moord op tienduizend katholieke priesters in de Spaanse burgeroorlog of de Jakobijnen die in de Franse revolutie vele tienduizenden andersdenkenden afslachtten en zelfs hele streken ontvolkten. De instelling van de ‘antifa’ verschilt niet veel van haar voorgangers, ook al beweren ze heel hypocriet alleen maar “op te komen voor de onderdrukten”. In feite willen ze louter afbreken, want eender welk bestuur door blanke mannen wordt gezien als als ‘geïnstitutionaliseerd geweld’ en dat rechtvaardigt volgens hen het geweld van hun kant.

De linkse ideologie heeft een bloedrode geschiedenis. Links verfoeit soms dan wel het stalinisme maar dan lopen ze toch weg met Lenin en Marx, de grootvaders van de totalitaire staat. Lenin, volwaardig moordenaar van andersdenkenden. Lenin, die in één jaar meer mensen liet ombrengen dan honderd jaar Tsarendom voor hem. De marxistische ideologie is in haar grond gewelddadig en knevelt burgers tot een soort onteigende horigen, wier god de staat is die ze aanbidden en naar wie ze opzien voor hulp en uitkering. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.

Zo ook in Nederland. Al in de jaren zeventig was er links geweld in Nederland: meerdere aanslagen tegen Philips, de politie, rechtse journalisten en douaniers met dodelijke afloop. In de jaren tachtig waren er soms wel meer dan zestig aanslagen per jaar, vooral uitgevoerd door de menslievende engelen van de Revolutionaire Anti Rascistische Aktie (‘RaRa’). Voor tientallen miljoenen ging er in vlammen op in de Makro-branden en vele Shellstations moesten eraan geloven. Minister van Justitie Kosto moest voor zijn leven vluchten voor de bommen bij hem thuis vanwege zijn ‘racistische’ asielbeleid. Zelfs Ed van Thijn werd doelwit vanwege de dood van een kraker in een politiecel . Ook het geweld van tweehonderd ‘antifa’s’ op een vergadering van de Centrumpartij in een hotel in 1986 moet vermeld worden. De leden moesten vluchten voor hun leven terwijl het hotel afbrandde. Janmaats secretaresse en latere echtgenote verloor haar been door het geweld.

Jaren van politieonderzoek naar RaRa leverde zeven verdachten op, waarbij het bij slechts bij één verdachte tot een veroordeling kwam: een gevangenisstraf van 12 maanden. Het meest vreselijke is nog wel de moord op de charismatische Pim Fortuyn door de GroenLinkse milieuradicaal Volkert van der Graaf. Fortuyn was de man met grote liefde voor eigen land en volk, die dit als geen ander op anderen kon overbrengen. Daarom werd hij door links vermoord. Van der Graaf is echter ook alweer op vrije voeten na 12 jaar detentie met aftrek. Wijnand Duyvendak is eveneens zo’n radicaal figuur, dat echter zonder al teveel zorgen kan leven.

De gemiddelde ‘antifa’ haat zijn eigen volk en cultuur. Hij is een nestbevuiler, die het liefst al het nobele, het mooie en hogere sloopt dat zijn blanke voorouders hebben opgebouwd. Zijn perfide distopische gedachtenkronkels zijn voor een nobele geest amper te vatten. Gedeeltelijk worden deze gevoed door een lust voor geweld, maar ook de rol van valse profeten is aanzienlijk. De filosoof Jean-Paul Sartre bijvoorbeeld was aanbidder van Lenin en het leninisme. Hij is een van de aartsvaders van de ‘studentenrevolutie’ van 1968, die politiek geweld door links verheerlijkte. Hij schreef: “Als de onderdrukte, de gekoloniseerde, de kleurling, een Europeaan vermoordt, slaat hij twee vliegen in één klap, want hij ruimt tegelijkertijd de onderdrukker en de onderdrukte op. Blijft over een dode en een vrij man.” Aan de vele instituties die in de greep van het cultuurmarxisme zijn worden deze woorden nog steeds gretig geciteerd.

Maar de pendule der geschiedenis zal onverbiddelijk terug naar nationalisme uitzwaaien. Het morele gelijk van de criticasters van de multiculturele nachtmerrie zal bevestigd worden, nu het verval dat is veroorzaakt door links en haar zogenaamd ‘anti-fascistische’ knokploegen niet meer is te verbloemen. De verrotte links-liberale postmodernistische kerk gaat instorten als de wind van liefde voor het eigen volk weer opsteekt in ons mooie Europa.

Het is echter vijf voor twaalf voor de inheemse Europeanen. Geboortecijfers, kille cijfers voor Europa, zijn geen abstractie maar wreken zich meer en meer op ons, de kinderen van de Verlichting. De Verlichting heeft een monster gebaard. Het roer moet om, en de vele slapende westerlingen moeten wakker worden en zich bewust worden van het dreigende einde om dit hopelijk nog net te kunnen voorkomen. Blanken moeten niet langer het conflict vrezen dat sowieso reeds lang begonnen is. Ze moeten niet langer hun leven verspillen aan televisie of sportwedstrijden en ander oppervlakkig vermaak. Alle blanken, waar ook ter wereld, moeten zich bewust worden van wat er hen aangedaan wordt. Het is aan ons, de wakkeren, om de slapende mannen wakker te schudden en de slapende vrouwen wakker te kussen.

Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van een Engelstalig artikel op Counter-Currents: ‘Time For Anti-Com? van schrijver Gregory Hood

2 thoughts to “De bloedrode kleur van de antifascisten”

  1. Geweldig stuk dit zeg.’T slaat de spijker op z’n kop en ik had het niet mooier kunnen verwoorden. Ik heb al heel lang een onvoorstelbare afkeer van extreem-links en die afkeer zal er in de (nabije-) toekomst niet minder op worden. Het wordt hoog tijd dat dit linkse tuig een gewelddadig koekje van eigen deeg krijgt! Die linkse parasieten hebben tot nu toe redelijk ongestoord hun gang kunnen gaan, maar je merkt aan alles dat het tij begint te keren. Ik kan niet wachten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.