Skip to main content

Brief aan een verloren vriend

Het strijden voor de goede zaak gaat vaak niet over rozen. Het pijnlijkste is misschien nog wel het onbegrip dat je kunt ervaren van hen die je vrienden waren…

 

Beste Chris,

 

Nog vaak denk ik terug aan onze studententijd, toen we woonden in hetzelfde studentenhuis. Vijftien studenten in een omgebouwde villa. Kleine kamers, maar een heerlijke, enorme, zonnige keuken! Op zondag zaten we daar vaak uren te kletsen terwijl de ene na de andere bewoner binnendruppelde, nog uitgeteld van de avonturen op zaterdagavond. Koffie, krant, eieren met spek, en eindeloos veel plannen voor het leven. En wat hadden we een prachtige woonkamer, nog helemaal in klassieke stijl, met wanden van ingelegd hout. Weet je nog dat we daar kerstmis vierden? Iedereen enorm opgedoft, jij op de piano, en alle goedkope heerlijkheden die de plaatselijke middenstand ons kon leveren. En daarna naar de nachtmis…

Want we waren allebei katholiek, al was ik minder streng dan jij. Dat jij als puber had gevochten tegen de ‘lust des vlezes’ was voor mij onbegrijpelijk. Het tekende echter je inzet, die zo vaak grensde aan het fanatieke. Je deed dan ook twee studies, speelde de moeilijkste pianomuziek zo van blad, en wist overal wel wat van. Ik voelde een zeker ontzag voor je, maar ook vermoedde ik een hardheid in je, gevoed door angst en krampachtigheid. Maar het was heerlijk met je te praten, en dat deden we dan ook, vele avonden. Met een glas wijn en soms een sigaar of pijp. Een beetje zoals de ‘heren studenten’ van vroeger. Toen al had je die heimwee naar het verleden, naar het ‘Rijke Roomse Leven’, naar de veilige wereld van Godfried Bomans.

Na onze studie zetten we deze roomse sfeer voort in een leesgenootschap. Samen met nog een paar anderen bogen we ons over allerhande diepzinnige teksten. De wijn en de sigaren werden ook niet vergeten. Herinneringen in een gouden, halfdronken gloed… Toen begon echter geleidelijk de buitenwereld binnen te dringen in deze sfeer. Ik was zelf altijd het linkse buitenbeentje in de groep, maar veranderde langzamerhand in de rechtsbuiten. De discussies werden feller. Tenslotte verspreidde iemand in de groep een foto van mij op een demonstratie van Pegida. Ik had wel verteld dat ik actief was op dit terrein, maar nu sloegen bij sommige mensen toch de stoppen door.

Je kwam samen met een ander lid mij plotseling opzoeken. Ik onthaalde jullie hartelijk, en we maakten grapjes, nog helemaal in de gewone sfeer van ons leesgenootschap. Ik toonde begrip voor het feit dat mensen benauwd waren voor hun hachje, en bood aan om me terug te trekken uit de groep. Ik voelde dat als een groot offer, maar ik dacht dat ik dat maar moest brengen voor de goede zaak. En ik zou jou en de anderen toch nog wel blijven zien? Maar naarmate het gesprek vorderde, bleek dat een gewone, formele terugtrekking niet genoeg was. Er bleek bij jou ook een wantrouwen naar mijn motivatie te zijn gegroeid. Je blik, die ik zo vaak had gezien als vriendelijk, of hooguit geamuseerd om mijn gedachtespinsels, was nu anders: hard, gesloten. Je ogen waren klein. Mijn hart kromp ineen.

Al gauw was het gesprek voorbij, en ik liet jullie uit. Werktuigelijk waste ik jullie kopjes en glazen af. Ik probeerde een boek te lezen, bracht de flessen naar de glasbak, bladerde lusteloos op Internet, staarde uit het raam, zette muziek aan, en snel weer af. Tenslotte belde ik je op. Ik voelde me zo verraden. Alsof je een mes in mijn rug gestoken had. Was ik ooit anders dan vriendelijk tegen je geweest? Had ik ooit onze vriendschap geschonden? Ik heb geschreeuwd, gewoon van de pijn. Daarop werd jij driftig, en kon je me eindelijk ‘de waarheid zeggen’. Dat ik van God los was, dat ik van de kerk los was, van Jezus los was. Geradicaliseerd. Verdorven. Antisemiet. Fascist. Duivels.

Je erkende dat ik me altijd een vriend had betoond, maar je eiste dat ik zou kiezen tussen mijn ideeën en jouw vriendschap. Ik was totaal overrompeld. Hoe kon ik mijn ideeën opgeven, waar ik na zoveel oprecht onderzoek op was gekomen? Ik wilde en kòn ook niet opgeven wat ik als waarheid had ontdekt. Ik vroeg je toch in ieder geval te geloven dat ik oprecht naar de waarheid had gezocht. Je klonk erg sceptisch. Je vroeg je sterk af of ik wel naar eer en geweten had gehandeld. Toen brak er iets in mij. Jij wilde nog niet eens geloven dat ik te goeder trouw was. Je zag mij als een vijand, niet meer als vriend… In mijn buik groeide een overweldigende bal van verdriet. Met verstikte stem kon ik alleen maar vragen me toch te geloven, en hing toen op met een heel zacht ‘dag’.

Ik bleef stil zitten. De bal van verdriet draaide in me rond. Toen verhardde hij zich ineens. Woede welde in me op. Jij, die zelf zo vaak politiek incorrecte grappen en opmerkingen maakte. Jij, die mij vroeger zo vaak mijn naïviteit en linksigheid had ingepeperd. Jij, die sympathiseerde met de reactionaire katholieken. Jij had mij nu ineens wat te verwijten?

Ben je bang voor je baan als je vriendschap met mij bekend wordt? Schaam je je met mij gezien te worden? Of ben je bang voor die god van jou, waaraan je als puber zelfs je seksualiteit hebt geofferd? Angst voor hel en vagevuur? Wil je zo graag een lieve jongen zijn, een ideale schoonzoon?

Of verlang je terug naar een onschuldigere tijd, naar Godfried Bomans, naar een tijd waarin een eenvoudige ‘schrobbering’ genoeg was om ‘die dekselse belhamels’ weer in het gareel te krijgen? À la recherche du temps perdu… Maar begrijp toch, die wereld bestaat niet meer. Je verlangt terug naar die onschuldige tijd, maar die kan alleen terug bereikt worden door te strijden, door een instelling die juist niet onschuldig en naïef is. Door maatregelen die hard zijn, hoewel niet onmenselijk: denken in groepen, trekken van grenzen, uitsluiten en insluiten. Hobbits konden slechts in vrede leven door de krachtdadige bescherming van anderen.

Ik vrees echter dat de enige hardheid die je durft op te brengen, hardheid tegen mij is. Want die wordt goedgekeurd wordt door je baas, de media, het onderwijs, en je geliefde kerk. Daar kan geen trouw of vriendelijkheid van mijn kant tegenop…

De pijn knaagt in mijn binnenste, maar zijn knagen wordt steeds lustelozer. Ik laat je los. Je bent een lief schaap. Een leuk schaap. Een slim schaap. Maar wel een schaap.
 

Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org

2 thoughts to “Brief aan een verloren vriend”

  1. Herkenbaar. Op deze wijze heb ik afscheid genomen van familie en veel oude vrienden. Het zegt eigenlijk meer over hen dan over jezelf. Maar de pijn blijft.

Reacties zijn gesloten.